Naar hoofdinhoud
1.. Koper moet binnen 26 weken na de juridische levering een ontvankelijke omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ten behoeve van het bouwplan op het verkochte aanvragen bij de gemeente. 2.. Koper is, nadat hij de beschikking heeft over een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het bouwplan, verplicht om; binnen 26 weken na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwplan te starten met de realisatie van het bouwplan op het verkochte, overeenkomstig de verleende onherroepelijke omgevingsvergunning; het bouwplan op het verkochte binnen twee jaren na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwplan: te voltooien en gereed te melden bij de gemeente, tenzij op grond van bijzondere omstandigheden op verzoek van koper, door het college schriftelijk uitstel wordt verleend; het verkochte op behoorlijke wijze in te richten ten behoeve van het planologisch toegestane gebruik; het bouwplan feitelijk conform het toegestane gebruik in gebruik te nemen. 3.. Zolang niet is voldaan aan de in lid 2 vermelde verplichting mag koper het verkochte niet (geheel of gedeeltelijk), zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente, in juridische of economische eigendom overdragen, in erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten of anderszins in gebruik geven aan derden. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor de vestiging van het recht van hypotheek is geen toestemming nodig. 4.. Niet-nakomen van het bepaalde in lid 2 a en/of b heeft tot gevolg, dat koper aan de gemeente een boete verschuldigd is van één procent (1%) van de koopsom voor elke volle maand, waarmee de in lid 2 a en/of b genoemde termijn(en), dan wel als de termijn verlengd is, de verlengde termijn(en), wordt overschreden. 5.. De gemeente kan in bijzondere omstandigheden en naar haar beoordeling, het boetebedrag als genoemd in lid 4 lager vaststellen, of in het uiterste geval er van af zien. 6.. Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing in geval van; verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als bedoeld in artikel 3:268 BW 7.. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. 8.. Als de verplichting als genoemd in lid 3 niet van toepassing is op grond van het bepaalde in lid 6, dan wel het college ontheffing verleent op grond van het bepaalde in lid 7, kan koper door de gemeente gehouden worden de verplichtingen als genoemd in lid 2 en lid 3 en daaraan gekoppelde boete als bepaald in lid 4, bij de juridische of economische eigendomsovergang, dan wel bezwaring met beperkte (zakelijke) rechten van het verkochte, als kettingbeding op te nemen. 9.. De verplichting tot het opnemen als kettingbeding als bedoeld in lid 8 vervalt zodra aan de verplichtingen als opgenomen in lid 2 a en/of b is voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel