Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.5

WEGINRICHTING

Onderdeel van Parkeervisie Heeze-Leende

Ontwerp en (her-)inrichting en reconstructie Op verschillende locaties binnen de bebouwde kom (waaronder Valkenswaardseweg, Beukenlaan en Pastoor P. Thijssenlaan) liggen langs de rijbaan rabatstroken, ongedefinieerde verhardingsstroken en resthoeken. Ook worden bij zeer smalle straten de trottoirs gebruikt als parkeerplaats. Dit leidt vaak tot onoverzichtelijke, ongewenste en onveilige verkeer- en parkeersituaties, waarvan het niet duidelijk is of deze mogen worden gebruikt als parkeerstroken, fiets- of wandelstroken. Voor bestaande situaties geldt dat ze moeten worden aangepakt en een bepaalde verkeerfunctie moeten krijgen. Hiervoor is draagvlak van aanwonenden van belang. Daarbij ligt de prioriteit op die locaties waar daadwerkelijk sprake is van onveiligheid en op die situaties waar groot onderhoud in de openbare ruimte plaatsvindt. Bij nieuwe ontwerpvraagstukken vraagt dit om een integrale ontwerptoetsing (mede ook op basis van duurzaam veilig principes), waardoor in het ontwerp en na realisatie geen parkeerreguleringsmaatregelen nodig zijn. In enkele straten geldt een speciale regeling waarbij auto’s deels op het trottoir mogen parkeren (voorbeeld: Julianastraat, Leende). In enkele straten geldt een parkeerverbod, waarbij halverwege de maand het parkeren van wegzijde wisselt (Beukenlaan, Leende). Beide regelingen zijn opgesteld in verband met de geringe beschikbare ruimte. Bij reconstructies van wegen dienen minimaal de aanwezige parkeerplaatsen weer terug gelegd worden. Bij aanleg van meer parkeerplaatsen moet dit niet ten kosten gaan van kwalitatief openbaar groen en andere ontwikkelingen. Indeling bestaande parkeerplaatsen/terreinen Alle (bestaande) parkeerplaatsen/terreinen dienen zo functioneel, efficiënt en herkenbaar ingericht te worden dat de gebruikers hier eenvoudig gebruik van kunnen maken. De parkeerterreinen voor en achter het gemeentehuis zijn een voorbeeld van een niet efficiënte parkeerplaats. De parkeerplaatsen moeten voldoen aan de CROW-richtlijnen van het ASVV 2012 (NEN 2443 ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’). Wanneer bewoners ervaren dat de haaksparkeerplaatsen in het woongebied te smal zijn, kunnen ze een verzoek indienen om deze te laten verbreden. Het verlengen van langsparkeervakken is moeilijk te realiseren in verband met de ruimte. Voor een dergelijke aanvraag moet draagvlak in de omgeving zijn. Parkeer- en stopverboden De gemeente is terughoudend om parkeer- of stopverboden in te stellen. Wettelijk gezien moet terughoudend worden omgegaan met borden en het past goed binnen de visie om niet te reguleren en de bestuurder eigen verantwoordelijk te geven. Hierin worden de CROW-richtlijnen gehanteerd. Parkeerverboden zijn er zo weinig mogelijk binnen de gehele gemeente. Een voorbeeld van een parkeerverbod ligt op de route tussen het station en het dorpscentrum van Heeze. Deze moet worden vrijgehouden voor de (buurt)busroute en voor hulpdiensten. Uitgangspunten: Parkeerplaatsen/terreinen dienen functioneel, efficiënt en herkenbaar ingericht te worden Het ontwerp en maatvoering van een parkeerplaats/terrein moet bij een nieuwe ontwikkeling, een herinrichting of reconstructie voldoen aan CROW richtlijnen Rabatstroken hebben geen bestaansrecht en moeten een verkeersfunctie krijgen. De bestaande aanwezige parkeerplaatsen moeten bij een herinrichting of reconstructie minimaal terug worden gelegd. Bij de aanleg van meer parkeerplaatsen moet wel rekening worden gehouden met kwalitatief openbaar groen en andere ontwikkelingen. Bij het instellen van parkeer- of stopverboden is de gemeente terughoudend tenzij de weg in verband met wegprofiel en veiligheid moet worden vrijgehouden voor de (buurt) busroute en voor hulpdiensten.

Rechtspraak bij dit artikel