1. Voor indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, van de verordening, komen uitsluitend in aanmerking:
a. woningzoekende die in een situatie zitten waarbij de ongeschiktheid van de huidige woning voor bewoning, door een calamiteit, wordt vastgesteld door de gemeente; en
b. woningzoekende die in een situatie zitten waarbij het herstel van de woning langer duurt dan vier maanden, als bedoeld in lid 1 onder a van dit artikel; en
c. ten hoogste één persoon van het huishouden dat de voor bewoning ongeschikte woning bewoonde.
2. Voor indeling in de urgentiecategorie bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, van de verordening, komen in ieder geval niet in aanmerking: situaties waarbij de calamiteit met opzet of verwijtbaar is veroorzaakt door de woningzoekende of een ander lid van het huishouden.