1. Van dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen, is sprake indien er sprake is van: a. een uitzonderlijke situatie en is in alle gevallen ten behoeve van minderjarige kinderen; en
b. een situatie waarbij het/de kind(eren) vanwege geweld, bedreiging of psychische problemen niet bij de ouder/verzorger, die over woonruimte beschikt, kunnen inwonen. Dit blijkt uit:
i. een proces verbaal van de politie, zo mogelijk aangevuld door gegevens van justitie, en waaruit bovendien blijkt dat de woningzoekende om veiligheidsredenen niet langer in de huidige woning kan blijven wonen, ook niet na een opgelegd of eventueel op te leggen straatverbod, huisverbod of contactverbod; of
ii. de situatie waarbij de ouder/verzorger onder behandeling is van een erkend medisch specialist; en
iii. de situatie bij psychische problemen waarbij de ouder/verzorger aantoonbaar langer dan zes maanden onder behandeling is van een GGZ-instelling of vrijgevestigde psychiater.
2. Van dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen, komen in ieder geval niet in aanmerking: wanneer één van de ouders/verzorgers die de zorg heeft over de minderjarige kinderen over een woonruimte beschikt.
Artikel 6
c Sociaal/ medisch: dakloosheid met de zorg voor minderjarige kinderen
Onderdeel van Beleidsregels Urgentieverordening Hollands Kroon 2022