De cliënt moet zelf, met hulp van het sociale netwerk of een vertegenwoordiger, in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen. Als uitwerking van de 10-punten van Pgb vaardigheid (zie bijlage 7) zijn de volgende punten van belang:
Kwaliteit van het ondersteunings- en budgetplan
Financieel beheer
Zorginhoudelijk beheer
Werkgeverschap
Ad 1: Kwaliteit van het ondersteunings- en budgetplan
Een cliënt is in staat om een ondersteunings- en budgetplan te overleggen. Het invullen van dit plan vergt bepaalde vaardigheden. Deze vaardigheden brengen de volgende eisen mee die gesteld worden aan een cliënt en/of de Pgb-vertegenwoordiger:
Kennis van het doel van de Wmo
Kennis van de beperkingen en stoornissen en de hulpvraag
Kennis om de juiste ondersteuning in te zetten en de bijbehorende omvang om de geformuleerde doelen en resultaten te kunnen behalen.
Zelf het ondersteunings- en budgetplan invullen
Kennis over hoe de ondersteuning georganiseerd moet worden en sturen op resultaatafspraken
Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift (de cliënt moet kunnen lezen en schrijven).
Ad 2. Financieel beheer
Een cliënt moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
Kunnen ordenen
Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en insturen.
Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget.
Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten.
Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt.
Digitaal vaardig zijn.
Ad 3. Zorginhoudelijk beheer
In staat zijn om de doelstellingen in het ondersteunings- en budgetplan plan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee:
Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd.
Opzetten van een werkrooster.
Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen.
Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen.
In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren, een evaluatieverslag te schrijven en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig.
In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen.
In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(s) en zorgovereenkomsten correct te kunnen invullen en af te sluiten.
Aansturing en inwerken van de zorgverlener.
Ad 4. Werkgeverschap (er is sprake van werkgeverschap als er op 3 dagen of meer per week ondersteuning wordt geboden, de omvang per dag is daarbij niet relevant)
De cliënt moet in staat zijn onderscheid te kunnen maken tussen de taken die gelden als opdrachtgever en als werkgever. De cliënt moet de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb kunnen vervullen. Deze vaardigheden brengt de volgende eisen mee:
Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen.
Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd.
Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd.
Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente te informeren.
Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte.
Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon.
Correct hanteren van de opzegtermijn.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2
Bekwaamheid van de cliënt
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Het Hogeland 2022-2