Wanneer een cliënt niet bekwaam is (op financieel en/of zorginhoudelijk vlak), zal waarneming op dit vlak of deze vlakken geregeld moeten worden. Een cliënt kan geholpen worden door iemand uit het sociaal netwerk of door een vertegenwoordiger. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn, maar ook iemand die door de cliënt daarvoor wordt gemachtigd. Het aanstellen van een Pgb-vertegenwoordiger is een vrijwillige en bewuste keuze van de cliënt en is niet onder druk van de Pgb-vertegenwoordiger gebeurd. De cliënt heeft zelf de keuze voor Pgb gemaakt en niet de Pgb-beheerder (of de aanbieder). De bekwaamheid van de beoogde pgb-vertegenwoordiger zal op dezelfde wijze beoordeeld worden als de bekwaamheidseisen die gesteld worden aan de cliënt. De cliënt zelf blijft juridisch verantwoordelijk voor en aansprakelijk op het budgetbeheer, ook al heeft deze een pgb-vertegenwoordiger. Uitzondering hierop vormen de wettelijk vertegenwoordigers die, afhankelijk van hun vakgebied (mentor, bewindvoerder of curator), deels of geheel de verantwoordelijkheid van de cliënt overnemen.
Wanneer de Pgb-vertegenwoordiger een bewindvoerder is, zal het zorginhoudelijke deel ook nog verantwoord moeten worden. Dit kan de cliënt zijn indien hij/zij hierin wel vaardig is, of er wordt nog een persoon bijvoorbeeld uit het sociaal netwerk gemachtigd om deze taak op zich te nemen. Het is noodzakelijk dat de bewindvoerder contact onderhoudt met de cliënt over het zorginhoudelijke deel en/of degene die hiervoor aangetrokken is. Frequente afstemming (minimaal maandelijks) is noodzakelijk. Ditzelfde verhaal geldt als de Pgb-vertegenwoordiger een mentor is. Het financiële deel zal dan op een andere manier geborgd moeten worden. De mentor onderhoudt contact met de cliënt en/of degene die hiervoor gemachtigd is. Frequente afstemming (minimaal maandelijks) is noodzakelijk.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2.1
Bekwaamheid van de pgb-vertegenwoordiger
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Het Hogeland 2022-2