De gemeentelijke organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria 2.1, en voert de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uit.
Hoofddoel is de bescherming en verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving door toepassing van de regels. De gemeente houdt toezicht en corrigeert waar nodig.
Toezicht en handhaving zijn geen doelen op zich, maar instrumenten om het doel te halen van de onderliggende wetgeving.
Subdoelen: voor gericht toezicht op de naleving van voorschriften programmeert Bwt het objectgerichte, gebiedsgerichte en periodieke toezicht.
Bwt gebruikt een risicoanalyse voor het vergunningsgerichte toezicht.
Toezicht en handhaving
De burger/het bedrijf ervaart het toezicht en de handhaving als doelgericht en gerechtvaardigd. Toezichtinformatie is centraal vastgelegd en beschikbaar volgens consistente opbouw. Het handhavingsbeleid maakt met strategieën de werkwijze transparanter; inwoners en bedrijven weten wat ze van de gemeente kunnen verwachten.
Beleid
Het beleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving en controle daarop, en legt vast hoe de gemeente toezicht en handhaving uitvoert. Het beleid omvat:
probleemanalyse (gebied + evaluatie vorige jaren);
de waardering van naleeftekort (risicomatrix en landelijke handhavingsstrategie (LHS));
de uitvoering van toezicht (hoe en prioriteitenstelling) strategie;
programmering van toezicht (soorten en planning);
toezichtstrategie (frequentie, diepgang, signaal, preventie en borging);
interventiestrategie;
stappenplan handhaving (corresponderend met 70 – 30 -10);
gedogen.
Werkwijze
Bij de VTH-taken bestaat de cyclus uit probleemanalyse, prioritering, programmering, uitvoering en evaluatie. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de organisatie daarop is ingericht. De organisatie oefent toezicht uit op de naleving van regels volgens de prioriteitenstelling van het college.
Evaluatie
Onderdelen voor jaarlijkse evaluatie zijn:
is de organisatie voldoende robuust (deskundigheid en formatie);
is de toezichtstrategie voldoende (omvang en complexiteit van de taak);
is de 70-30-10 regel gehaald;
houden sancties stand in bezwaar of beroep (formeel en inhoudelijk);
zijn voorschriften en beleidsregels handhaafbaar.