Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8.

Artikel 8.3.

Beginselplicht tot handhaving en prioritering

Onderdeel van VTH-Beleid Heemstede 2019-2022

In het Nederlandse bestuursrecht geldt een beginselplicht tot handhaving. Dat is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als binnen het VTH-beleid een handhavingsverzoek wordt ingediend wordt voor bijvoorbeeld bouwen in afwijking van de vergunning of bouwen zonder vergunning dan dient het college een handhavingsbesluit te nemen. In Nederland en daarmee ook in Heemstede is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de tolerantie van inwoners ten opzichte van andere inwoners en bedrijven afneemt. Het aantal handhavingsverzoeken neemt dan ook toe. De beginselplicht tot handhaving in relatie tot het toenemende aantal handhavingsverzoeken legt dan ook een druk op de ambtelijke organisatie. Op handhavingsverzoeken moet een besluit worden genomen. Handhavingsverzoeken hoeven niet direct te worden afgehandeld als daar geen zwaarwegende belangen van inwoners of bedrijven mee worden geschonden. Handhavingsverzoeken kunnen niet in mandaat worden afgehandeld en leggen daarmee druk op de ambtelijke capaciteit omdat handhavingsverzoeken door middel van een bestuurlijk behandelvoorstel aan het college moeten worden voorgelegd. Vanuit het oogpunt van een goede dienstverlening binnen de uitoefening van de VTH-taken is het daarom van belang dat er prioritering plaats vindt. Heemstede kent met het bestuur meedenkende inwoners en organisaties die in voorkomende gevallen een handhavingsverzoek indienen, ook als de indiener op grond van het afstandscriterium niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kunnen worden aangemerkt. Als dat het geval is, krijgt de indiener van het handhavingsverzoek bericht dat zijn/haar handhavingsverzoek is ontvangen, maar op grond van het afstandscriterium niet ontvankelijk is en het verzoek te zijner tijd aan het college zal worden voorgelegd. Voor handhavingsverzoeken gelden in zijn algemeenheid termijnen. Indien de indiener van het handhavingsverzoek het college wegens het uitblijven van een besluit in gebreke stelt, dan zal het college tijdig een beslissing op het handhavingsverzoek moete nemen. Als dat niet gebeurt, verbeurt de gemeente een dwangsom. Uit te keren aan de indiener van het handhavingsverzoek.

Rechtspraak bij dit artikel