VROM ontwikkelde een risicomatrix voor zes nadelige gevolgen van naleeftekort, met een waardering:
Fysiek
Veiligheid en overlast
Financieel economisch
Kwaliteit leefomgeving
Volksgezondheid
Imago
1
Pijn of letsel bij een individu
Nauwelijks toename onveiligheidsgevoelens
€ 1 tot 1.000
Enige verstoring van het aanzien
Gering gevaar voor de volksgezondheid
Nauwelijks bestuurlijk belang of aantasting imago
2
Pijn of letsel bij meerdere individuen
Enige toename onveiligheids gevoelens
€ 1.001 tot
10.000
Aanzienlijke aantasting van het aanzien
Gevaar voor de volksgezondheid
Klein bestuurlijk belang of aantasting imago
3
Zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen
Gemiddelde toename onveiligheids gevoelens
€ 10.001 tot
100.000
Aantasting leefomgeving van enige duur
Groot gevaar voor de volksgezondheid
Gemiddeld bestuurlijk belang of aantasting imago
4
Dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen
Grote toename onveiligheids gevoelens
€ 100.001 tot
1.000.000
Aantasting leefomgeving lange duur
Veel ziektegevallen en/of enkel sterfgeval
Groot bestuurlijk belang of aantasting imago
5
Meer doden
Zeer grote toename onveiligheids gevoelens
€ > 1.000.001
tot
Vernietiging (deel van) leefomgeving
Meerdere sterfgevallen
Zeer groot bestuurlijk belang of aantasting imago
De score van nadelige gevolgen is een inschatting van de afdeling Bwt. Na deze waardering bepaalt de afdeling het risico voor de gemeente door een inschatting van de kans op overtreding van de wet- en regelgeving.
In cijfers:
1 is zeer klein,
2 is klein,
3 is gemiddeld,
4 is groot,
5 is zeer groot.
De methode is niet objectief, maar het biedt wel de mogelijkheid om naleeftekorten te vergelijken en daarop prioriteiten te bepalen.
De risico-inschatting komt als volgt tot stand:
Het gemiddelde van de negatieve effecten (ne) vermenigvuldigd met de kans (k) is het risico (r):
(fl+vo+finec+lo+vg+im) x kans = risico
6
Het resultaat is de risicowaardering (R), waarbij:
< 3
=
Zeer klein
< 6
=
Klein
< 12
=
Gemiddeld
< 20
=
Groot
< 25
=
Zeer groot
De matrix is een hulpmiddel om een proportionele handhavingsinzet toe te kennen. Dat gebeurt door een prioriteitenstelling, selectief toezicht, de strategie en de programmering. De afdeling Bwt zorgt ervoor dat het toezichtsniveau in de werkplanning komt.
Uit de bestuursrapportage staat of dit uitvoeringsniveau is gehaald en of het risico goed is beoordeeld.
Risico
toezichtniveau
Uitwerking bij handhaving
Zeer groot
Actieve inzet
Constant (aspect)toezicht in gehele gemeente
Groot
Actieve periodieke inzet
Constant toezicht houden na probleemanalyse
Gemiddeld
Inzet eens per vast te stellen periode
Eens per jaar toezichtactie in gehele gemeente
Klein
Inzet projectmatig
Eens per twee jaar toezichtactie in bepaalde wijk of bijvoorbeeld alleen langs toegangswegen
Zeer klein
Inzet enkel n.a.v. meldingen
Alleen controle na klacht of melding