In deze titel wordt verstaan onder
a. pandhuis: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt;
Gemeentewet
Titel III De bevoegdheid van het gemeentebestuur
Hoofdstuk XI De bevoegdheid van de burgemeester
Artikel 172
Lid 1. De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde.
Artikel 174
Lid 1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij horende erven.
Lid 3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoeld toezicht.
APV
Hoofdstuk 2 Openbare orde
Afdeling 3 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf 4 Sluiting van overige voor het publiek openstaande gebouwen en erven
Artikel 2.3.4.1 Begripsomschrijving
Onder voor het publiek openstaand gebouw of daarbij horend erf wordt in deze paragraaf verstaan: het voor het publiek openstaande gebouw of daarbij horende erf, als bedoeld in artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet, met uitzondering van een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.3.1.1 of een seksinrichting als bedoeld in artikel 3.1.1.
Artikel 2.3.4.2 Tijdelijke (gehele of vroegere) sluiting
Lid 1. De burgemeester kan:
a. in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer voor het publiek openstaande gebouwen of daarbij horende erven bevelen dat tijdelijk bepaalde sluitingsuren worden gehanteerd of tijdelijke sluiting van het pand bevelen.
b. al dan niet onder voorschriften of beperkingen, bepalen dat het bevel niet geldt ten aanzien van een of meer personen of categorieën van personen.
Lid 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.
Lid 3. De burgemeester laat een of meer openbare bekendmakingen van het bevel aanbrengen op of nabij de toegang van het gebouw of erf. Het is verboden dit te beletten of te belemmeren. De rechthebbende op het gebouw of erf dient ervoor zorg te dragen dat de openbare bekendmaking of bekendmakingen tijdens de geldingsduur aanwezig blijven.
Lid 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bevel.
Artikel 2.3.4.3 Aanwezigheid in gesloten gebouw of op gesloten erf
Het is verboden gedurende de tijd dat een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij horend erf krachtens een op grond van artikel 174, tweede lid van de Gemeentewet of artikel 2.3.4.2, eerste lid genomen besluit voor hem gesloten is, zich daarin of aldaar te bevinden.
Afdeling 5 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Artikel 2.5.1 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. handelaar: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
b. verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar;
c. elektronica: foto-, film-, radio-, audio-, video-, computer-, telefoon-, communicatie-, zend-, navigatie- en kleine, soortgelijke elektronische apparatuur.
Artikel 2.5.2 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
De handelaar is verplicht aantekening te houden van gebruikte of ongeregelde fietsen, auto’s, auto-onderdelen, antiek, sieraden, metalen en elektronica die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:
a. het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
b. de datum van verkoop of overdracht van het goed;
c. een foto van het goed alsmede een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover dat mogelijk is – soort, merk, nummer van het goed;
d. de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed;
e. de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
Artikel 2.5.3 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
a. wanneer hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 437ter, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de burgemeester of de door deze aangewezen ambtenaar er schriftelijk van in kennis stelt dat hij van het opkopen een beroep of gewoonte maakt, daarbij tevens schriftelijk opgave te doen van zijn woonadres en van het volledig adres van elke lokaliteit door hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik genomen;
b. de onder a bedoelde functionaris onder aanbieding van zijn register(s) onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen, schriftelijk in kennis te stellen van een verandering van zijn woonadres, zomede van het adres of de adressen van een bij hem ten behoeve van zijn onderneming in gebruik zijnde lokaliteit;
c. aan de hoofdingang van de lokaliteit waar de onderneming is gevestigd een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar voorkomt;
d. indien hij in de gelegenheid is enig goed te verkrijgen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat het van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, hiervan onverwijld kennis te geven aan de onder a, bedoelde functionaris;
e. zijn administratie op eerste aanvraag ter inzage te geven aan de burgemeester of een daartoe door de burgemeester aangewezen ambtenaar;
f. wanneer hij heeft opgehouden van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, onderscheidenlijk het beroep van handelaar niet langer uitoefent, de onder a bedoelde functionaris hiervan onverwijld doch in ieder geval binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen.
Artikel 2.5.4 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste acht dagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen, tenzij deze wijziging van geen invloed is op de herkenbaarheid van het goed.
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6.2 Toezichthouders
Lid 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren van:
- politie, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Politiewet 2012,alsmede, ieder voor zover het betreft zaken welke aan zijn toezicht zijn toevertrouwd;
- de Koninklijke marechaussee indien zij belast zijn met een politietaak zoals genoemd in artikel 4 van de Politiewet 2012;
- de Sector Realisatie, Beheer en Toezicht van de gemeente Eindhoven;
- de G.G.D. Brabant-Zuidoost;
- de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
- de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
Lid 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de burgemeester aangewezen personen.
Besluit opkopersregisters 2016
Artikel 1 Waarmerken registers
Als registers bedoeld in art. 437 lid 1 aanhef en onder a WvSr io. art. 2 Besluit ter uitvoering van art. 437 lid 1 WvSr, en in art. 2.5.2 APV worden, bij uitsluiting van andere registers, gewaarmerkt: het Digitaal Opkopersregister (DOR) en het papieren register naar het model dat is weergegeven in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 131
Artikel 131
Onderdeel van Beleidsregels gebouw- en erfafsluiting ter bestrijding van heling 2015