Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4

Rekenvoorbeelden Parkeerbalans

Onderdeel van Parkeernormen en Parkeerbijdrage regeling Gemeente Maasgouw (2010)

Individuele woning in bestaande wijk Aan de hand van bijlage 1 kan bepaald worden binnen welke sector de woning behoort en wat daarbij de parkeernorm is. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat de beschikbare parkeergelegenheden op eigen terrein niet altijd als zodanig worden gebruikt. Voor parkeervoorzieningen op eigen terrein worden daarom de rekenwaarde gehanteerd uit de tabel op pagina 13. Afronding van de parkeernorm vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = 1. In het geval van individuele woningen is het op eigen terrein onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden geen vereiste. Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm aangeeft. Hieraan worden voorwaarden gesteld met betrekking tot de bereikbaarheid. Deze zijn vastgelegd in het zogenaamde uitrittenbeleid. De regels omtrent de aanleg c.q. uitbreiding van uitritten bij woningen zijn opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Rekenvoorbeeld In een bestaande wijk in de kern van Thorn wordt 1 dure sector woning gebouwd. Parkeernorm: 1,7 waarvan 0,3 in het openbaar gebied worden aangelegd voor bezoekers. Blijft op eigen terrein 1,4. Afronding kleiner dan 0,5 betekent dat 1 parkeerplaats op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Onafhankelijk van elkaar wegrijden is bij individuele woningen geen vereiste. Aanvrager kan dus kiezen uit het realiseren van: Enkele oprit zonder garage (5,0 m diep en 2,5 m breed) Lange oprit zonder garage of carport (10,0 m diep en 2,5 m breed) Dubbele oprit zonder garage of carport (5,0 m diep en 4,5 m breed) Garagebox (niet bij woning) Garage met enkele oprit (beide 5,0 m diep en 2,5 m breed) Garage met lange oprit (10,0 m diep en 2,5 m breed) Garage met dubbele oprit (5,0 m diep en 4,5 m breed) Meerdere woningen Bij de bouw van meerdere woningen is het noodzakelijk dat per woning 0,3 parkeerplaatsen in het openbare gebied worden aangelegd voor bezoekers. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat de beschikbare parkeergelegenheden op eigen terrein niet altijd als zodanig worden gebruikt. Voor parkeervoorzieningen op eigen terrein worden daarom bij de bouw van meerdere woningen de rekenwaarde gehanteerd uit de tabel op pagina 13. Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen bij meerdere woningen is een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat niet per woning bepaald wordt wat de parkeernorm is, maar voor het gehele gebied. In het geval van woningen is het onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden op eigen terrein geen vereiste. Afronding van de parkeernormen vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = 1. De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Rekenvoorbeeld: Kern Heel: 10 woningen dure sector, waarvan 5 met lange oprit zonder garage/carport en 5 met dubbele oprit met garage. Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 10 * 1,7 = 17 parkeerplaatsen Aanwezig conform berekeningsaantal: 5 * 1,0 + 5 * 1,8 = 14 parkeerplaatsen Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen op openbaar terrein (volgens berekening):17 – 14 =3 parkeerplaatsen. Per woning is altijd tenminste 0,3 parkeerplaats op openbaar terrein noodzakelijk. Dit betekent 10 * 0,3 = 3 parkeerplaatsen. Hierbij is een sluitende parkeerbalans. Meerdere voorzieningen Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen is een gebiedsgerichte aanpak. De ervaring leert dat veel bestaande parkeerproblemen zijn veroorzaakt doordat juist niet gekozen is voor een gebiedsgerichte aanpak. In plaats van afzonderlijke functies te beschouwen wordt de parkeervraag van verschillende functies met elkaar in verband gebracht. Een gebiedsgerichte aanpak kan leiden tot een efficiëntere benutting van parkeercapaciteit. Een parkeerplaats voor een winkelvoorziening kan bijvoorbeeld in de avonduren worden benut door bewoners of bezoekers van horeca. Bij een gebiedsgerichte aanpak moet rekening worden gehouden met bestaande aanwezige parkeercapaciteit en/of parkeerdruk. De wijze waarop wordt omgegaan met parkeervoorziening op eigen terrein (woningbouw) en de aanwezigheidspercentages (mogelijkheden dubbelgebruik) zijn dan van belang. Parkeerplaatsen zijn dikwijls uitwisselbaar, waardoor het niet noodzakelijk is de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. Onder uitwisselbaarheid wordt hier verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvallen. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen kan door de gemeente vrijstelling van een deel van de parkeereis worden verleend. Op bladzijde 14 is de procentuele parkeerbehoefte per dag of dagdeel weergegeven. Rekenvoorbeeld : Kern Maasbracht : 20 woningen in de middenklasse met garage en een enkele oprit. 1000 bvo detailhandel 500 bvo kantoren zonder baliefunctie 500 bvo restaurant Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: Wonen midden 20 * 1,5 = 30 parkeerplaatsen Detailhandel 10 * 3,5 = 35 parkeerplaatsen Kantoren 5 * 2 = 10 parkeerplaatsen Restaurant 5 * 12 = 60 parkeerplaatsen Zonder rekening te houden met gecombineerd gebruik is de totale parkeervraag 135 parkeerplaatsen Gecombineerd gebruik Werkdag Koop Zaterdag Zondag Overdag Middag Avond Avond Middag Avond Middag Woningen 30*0,50 30*0,60 30*1,00 30*0,90 30*0,60 30*0,60 30*0,70 Detailhandel 35*0,30 35*0,70 35*0,20 35*1,00 35*1,00 35*0,0 35*0,0 Kantoor 10*1,00 10*1,00 10*0,05 10*0,10 10*0,05 10*0,0 10*0,0 Restaurant 60*0,30 60*0,40 60*0,90 60*0,95 60*0,70 60*1,00 60*0,40 Totaal 53,5 76,5 91,5 120 95,5 78 45 In de tabel staat de parkeerbehoefte per voorziening per periode van de dag, gebaseerd op de aanwezigheidspercentages, weergegeven. Uit de tabel blijkt dat de koopavond de maatgevende periode voor de parkeerbalans is. Door een optimale inrichting van het project is gecombineerd gebruik mogelijk en is het aanleggen van 120 parkeerplaatsen dus afdoende. In de CROW publicatie 182; ‘Parkeerkencijfers - Basis voor parkeernormering’ van maart 2004 is een rekenvoorbeeld uitgewerkt. Afronding van de parkeernormen binnen de op te stellen parkeerbalans vindt als volgt plaats: kleiner dan 0,5 = 0 en groter of gelijk aan 0,5 = 1. De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Met uitzondering van woningen is het noodzakelijk dat parkeerders onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden. Hoe om te gaan met parkeren bij reconstructies binnen een gebied? Indien er op een locatie woningen of bedrijven gesloopt worden en op dezelfde locatie nieuwbouw wordt gepleegd, dan zal er voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen als volgt te werk worden gegaan. Eerst bepalen wat het gesloopte- of te slopen- pand voor parkeerbehoefte heeft op eigen terrein en in het openbare gebied in de directe omgeving van dat pand. Hiervoor wordt de parkeernormering van bijlage gehanteerd. Vervolgens wordt dan bepaald wat er voor de nieuwbouw aan parkeren nog nodig is aan de hand van de in de bijlage opgenomen parkeernormen. Vervolgens wordt dan bepaald wat er nog extra aan parkeren moet worden gerealiseerd op eigen terrein en in het openbare gebied. Samenvatting berekeningsmethode Voor een nieuwe ontwikkeling wordt voor de afzonderlijke functies de parkeernorm berekend. De norm wordt aangepast aan mogelijk dubbelgebruik binnen de functies. Voor reeds aanwezige functies wordt (voor zover de huidige parkeerplaatsen blijven bestaan) de oude norm afgetrokken van het totaal. De parkeernorm (de te verwachten parkeerbehoefte) is nu bekend. Gekeken wordt hoeveel auto’s op eigen terrein een plaats kunnen vinden. Gekeken wordt hoeveel auto’s bij derden een plaats kunnen vinden via een koop of huurovereenkomst. Het parkeeraanbod is nu bekend. De norm minus het aanbod geeft het overschot/tekort.

Rechtspraak bij dit artikel