Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Vraagraming

Onderdeel van Visie bedrijventerreinen A2-gemeenten

Vraagraming: actuele marktvraag naar bedrijventerreinen We schetsen de actuele markvraag voor de periode 2020 t/m 2030 naar bedrijventerreinen in de gemeente Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard (hierna: A2-gemeenten). Hiervoor maken we gebruik van de vastgestelde vraagramingen van de provincie Noord-Brabant. De provincie werkt samen met de vier Brabantse regio’s (RRO-gebieden: West-Brabant, Midden-Brabant, Noordoost-Brabant en ZuidoostBrabant) aan een gezonde bedrijventerreinenmarkt. De provincie stelt (tenminste) een keer per bestuursperiode een prognose op voor bedrijventerreinen. Binnen Zuidoost-Brabant zijn de A2-gemeenten een van de bestuurlijke regio’s. Dit is het schaalniveau waarop regionale bedrijventerreinenafspraken worden gemaakt. Modelmatige berekening van de uitbreidingsvraag, vervangingsvraag op basis van inventarisatie De modelmatige prognose voor bedrijventerreinen berekent de toename van het netto ruimtebeslag van bedrijventerreinen. Kortom: hoeveel extra bedrijventerrein is er nodig ten opzichte van de huidige voorraad aan bedrijventerreinen? De extra ruimte die nodig is wordt ook wel de uitbreidingsvraag genoemd. Daarnaast kan er extra ruimtevraag ontstaan door transformatie (het onttrekken van een deel van de huidige bedrijventerreinenvoorraad, bijvoorbeeld voor woningbouw). Dit wordt vervangingsvraag genoemd . De vervangingsvraag zit niet in de prognose bedrijventerreinen van de provincie Brabant, maar verdient natuurlijk wel aandacht in de regionale programmeringsafspraken. Belangrijk uitgangspunt bij zowel de raming van de vraag is dat de leegstand op frictieniveau ligt. Immers, als de leegstand boven frictieniveau ligt dan wordt de huidige voorraad aan bedrijventerreinen niet volledig benut. Dat zou betekenen dat een deel van de uitbreidingsvraag gefaciliteerd kan worden binnen de bestaande voorraad of dat onttrokken voorraad niet vervangen hoeft te worden. In de provinciale prognose concludeerden we dat de leegstand op de Zuidoost-Brabantse bedrijventerreinenmarkt rond frictieniveau zit. Dit betekent dat we de prognosecijfers niet extra hoeven te corrigeren voor een te hoge of juist heel lage leegstand. Figuur 6: Schematische weergave uitbreidingsvraag en vervangingsvraag Vraag naar bedrijventerreinen in regio Zuidoost-Brabant De uitbreidingsvraag naar bedrijventerrein in regio Zuidoost-Brabant in de periode 2018-2030 bedraagt tussen de 137 en 339 hectare netto. Er is in de prognose geen raming gemaakt op niveau van de subregio’s binnen Zuidoost-Brabant. Om de geprognotiseerde marktvraag naar bedrijventerreinen in de A2gemeenten inzichtelijk te krijgen maken we een indicatieve geografische verdeling van de uitbreidingsvraag in regio Zuidoost-Brabant naar subregionaal niveau. Verdeling op basis van verdeelsleutels Om wat te kunnen zeggen over de ruimtebehoefte van een subregio kijken we welk gedeelte van de totale uitbreidingsvraag in de regio Zuidoost-Brabant beredeneerd aan de A2-gemeenten valt toe te rekenen. Dit kunnen we (indicatief) berekenen op basis van een gemiddelde van twee verdeelsleutels, te weten: Aandeel in de uitgifte bedrijventerrein (netto hectare) in de periode 2010-2019 Deze indicator geeft een beeld van de historische uitgiftedynamiek. Een gemeente die in de afgelopen tien jaren bovengemiddeld in trek blijkt te zijn, krijgt hierdoor een grotere koek van de vraag toebedeeld. We kiezen bewust voor een langjarige periode, om over de conjunctuurgolven heen te kijken. Deze indicator is echter sterk afhankelijk van het beschikbaar hebben van (passend) aanbod. Immers, zonder aanbod is ook geen uitgifte mogelijk. Daarom is enkel naar deze indicator kijken onvoldoende. Aandeel in de werkgelegenheid op bedrijventerreinen (LISA 20184LISA is een databestand met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht.) De indicator geeft een beeld van de economische positie van verschillende gemeenten en regio’s op bedrijventerreinen (focusgebied van de behoefteraming). Daarmee krijgen gemeenten en regio’s met een hogere economische dynamiek op bedrijventerreinen een grotere koek van de vraag toebedeeld. Voordeel van de analyse van werkzame personen op bedrijventerreinen is dat, ook bij beperkte uitgifte (bijvoorbeeld als gevolg van beperkt uitgeefbaar aanbod), toch groei en daarmee marktdynamiek in beeld kan worden gebracht en vergeleken. Immers, het merendeel van de banen zit op bestaande bedrijventerreinen bij al gevestigde bedrijven. Daarnaast is werkgelegenheid ook de kernparameter van de Brabantse bedrijventerreinenprognose uit 2018, en daarmee een eerlijke indicator. We kiezen ervoor om bij de indicatieve verdeling te rekenen met een te verantwoorden gemiddelde dat zich logischerwijs bevindt tussen de uitersten van de twee verdeelsleutels (bandbreedte). Omdat het rekenen met verdeelsleutels altijd geënt is op historische data en niet op een gereed toekomstbeeld van de vestigingsdynamiek van het bedrijfsleven in de gemeenten en regio’s voor de komende jaren, wordt expliciet gesproken over een indicatieve verdeling. De bandbreedte geeft aan dat er variatie kan zitten in de uiteindelijke uitkomst. Regio A2-gemeenten: circa 5 tot 6% aandeel in geraamde uitbreidingsvraag voor Zuidoost-Brabant In onderstaande tabel staat voor de twee verdeelsleutels het aandeel van de A2-gemeenten binnen regio Zuidoost-Brabant. Tabel 2: Aandeel A2-gemeenten per indicator Indicator Regio ZuidoostBrabant A2-gemeenten Aandeel A2gemeenten Uitgifte op bedrijventerreinen in de periode 2010-2019 (in netto hectare) 437,9 27 6,2% Werkgelegenheid op bedrijventerreinen in 2018 (in banen) 156.516 8.031 5,1% Bron: Stec Groep 2020, op basis van IBIS provincie Noord-Brabant, 2019 en LISA, 2018 De verdeelsleutel met het laagste aandeel (5,1%) voor de A2-gemeenten is de werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Het aantal banen per netto hectare bevindt zich in de A2-gemeenten onder het landelijk gemiddelde. De arbeidsdichtheid op de bedrijventerreinen in de A2-gemeenten is dus relatief laag, maar dit is passend bij de veelal ruimte-extensieve bedrijvigheid in met name Cranendonck. Kijkende naar de uitgifte op bedrijventerreinen dan hebben de A2-gemeenten een aandeel van 6,2%. In de A2-gemeenten is de afgelopen 10 jaar een uitgifte van 27 hectare netto geregistreerd. LET OP: VERDELING MET VERDEELSLEUTELS IS INDICATIEF We vertalen de regionale behoefteprognose naar een marktaandeel voor de A2-gemeenten. We passen bovenstaande verdeelsleutel toe op de totale regionale uitbreidingsvraag in Zuidoost-Brabant. Binnen die totale netto uitbreidingsvraag zijn er sectoren die sterk groeien, zoals: Industrie HTSM (High Tech Systemen & Materialen) Logistiek & groothandel en; Industrie VGM (Voedingsmiddelenindustrie) Er zijn ook sectoren die minder sterk groeien of zelfs een sterke afname van de ruimtevraag. De sector Bouw, handel en reparatie neemt in ieder scenario af in ruimtevraag. In deze vertaling van de regionale behoefteprognose voor de A2-gemeenten is hiermee geen rekening gehouden. Onderstaande conclusies over de hoogte van de ruimtevraag moeten dan ook zo worden geïnterpreteerd. Ruimtevraag A2-gemeenten tussen 5,5 en 16 hectare netto in periode 2021-2030 Voor de geraamde ruimtevraag in provincie Noord-Brabant en regio Zuidoost-Brabant geldt: De prognose geeft in drie scenario’s (laag, midden, hoog) aan welke ontwikkelingen verwacht kunnen worden, afhankelijk van de economische conjuncturele ontwikkelingen en hoe dit dan per kwalitatief segment kwantitatief uitpakt. Als we de berekend aandelen combineren met de voor Zuidoost-Brabant geraamde uitbreidingsvraag in de drie scenario’s, dan leidt dit tot het volgende beeld: Tabel 3: Aandeel A2-gemeenten in geprognotiseerde uitbreidingsvraag (drie scenario’s 2018-2030)* A2-gemeenten (scenario laag) A2-gemeenten (scenario midden) A2-gemeenten (scenario hoog) Aandeel in historische uitgifte 6,2% 6,2% * 137 ha = circa 8,5 ha 6,2% * 206 ha = circa 12,8 ha 6,2% * 339 ha = circa 21,0 ha Aandeel in werkgelegenheid op BT 5,1% 5,1% * 137 ha = circa 7 ha 5,1% * 206 ha = circa 10,5 ha 5,1% * 339 ha = circa 17,3 ha Bron: Stec Groep, 2020 * In de tabel wordt gesproken over netto hectares (ha). De verwachte ruimtevraag voor A2 gemeente komt daarmee op minimaal 7 tot maximaal 21,0 hectare netto in de periode 2018 tot en met 2030 (13 jaar). Voor een actueel beeld van de vraag naar bedrijventerrein vertalen we dit naar de periode 2021 tot en met 2030 (10 jaar). Dan resteert circa 5,4 (scenario laag) tot 16,2 hectare netto (scenario hoog). In het midden scenario is de vraag dan 8 tot 10 hectare netto in de periode 2021-2030. NB. De grootste groei in de provinciale prognose (voor Zuidoost-Brabant, maar ook in de andere regio’s) wordt verwacht in de industrie en logistiek. De A2-gemeenten kennen een deels industrieel karakter, maar echte grootschalige logistieke bedrijvigheid ontbreekt. Het lijkt ons daarom het meest logisch om uit te gaan van het midden scenario als de maximale variant. Dat betekent een ruimtevraag van circa 8-10 hectare netto tot 2030. Uiteraard heeft de regio hierbij ook een beleidskeuze. Als bijvoorbeeld meer dan in het verleden ingezet wordt op logistiek, bijvoorbeeld door specifieke locatieontwikkeling hiervoor, dan zou een hoger scenario ook realiteit kunnen worden. Voor zover bekend is er geen beleidsvoornemen om bestaand bedrijventerrein te transformeren naar een andere functie. Mocht zich transformatie voordoen, dan heeft dit uiteraard invloed op de ruimtevraag omdat hierdoor vervangingsvraag kan ontstaan. Deze vervangingsvraag is niet in de provinciale prognose meegenomen. DOORKIJK NAAR 2040 De verwachting is dat de uitbreidingsvraag op regionaal niveau t/m 2030 stijgt. In de periode hierna (2031 tot en met 2040) neemt de ruimtevraag in regio Zuidoost-Brabant sterk af (krimp in de scenario’s laag en midden). Hierdoor kan het zijn dat er minder ruimte voor bedrijventerreinen nodig is. We signaleren nog wel een ruimtevraag vanuit de sectoren HTSM en voedingsmiddelenindustrie. Gelet op de onzekerheid in de prognose op langere termijn moet deze doorkijk met enige terughoudendheid bezien worden. Vraag is voornamelijk naar functioneel klein tot middelgroot terrein Kwalitatief gezien is de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen in de A2-gemeenten grotendeels naar het kleine tot middelgrote segment. De logistieke en industriële sector hebben de grootste behoefte naar functioneel grootschalig bedrijventerrein. De A2-gemeenten trekken een relatief beperkte hoeveelheid logistieke bedrijven naar zich toe. Het industriële profiel van de A2-gemeenten is sterker, maar binnen deze sector is de uitbreidingsvraag relatief beperkt.

Rechtspraak bij dit artikel