Deze beleidsregel bestaat uit twee beleidsstukken, te weten:
het schuilhuttenbeleid;
het paardenbakkenbeleid.
Aangezien beide beleidsstukken direct van invloed zijn op het ruimtegebruik in het buitengebied ten behoeve van paarden en ander groot- en kleinvee is ervoor gekozen de beleidsregelen gezamenlijk in één nota op te nemen. In dit hoofdstuk is voor beide beleidsregels in het kort de aanleiding voor het opstellen van beleid beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een kort overzicht van de geschiedenis in beleid weer en de ambities die de provincie nastreeft daar waar het gaat om de ruimte in het buitengebied.
In hoofdstuk 3 en 4 staat het schuilhuttenbeleid centraal. In deze hoofdstukken is ingegaan op algemene beleidsregels en specifieke beleidsregels ten aanzien van locatie en materiaalgebruik. Het beeldkwaliteitplan dat opgenomen is in hoofdstuk 5 is de leidraad waaraan toekomstige omgevingsvergunningaanvragen zullen worden getoetst. Om deze reden is deze beleidsregel als onderdeel van het welstandsbeleid van de gemeente Cranendonck vastgesteld. Toetsing zal plaatsvinden door de gemeente.
De beleidsregel ten aanzien van paardenbakken is overeenkomstig opgebouwd. Hoofdstuk 6 en 7 geven de algemene beleidsregels en de specifieke beleidsregels ten aanzien van locatie en materiaalgebruik weer. Hoofdstuk 8 voorziet in het beeldkwaliteitplan waar toekomstige omgevingsvergunningaanvragen voor paardenbakken aan moeten voldoen. Ook hiervoor geldt dat toetsing zal plaatsvinden door de gemeente Cranendonck, voortkomende uit de vaststelling van deze beleidsregel als onderdeel van het welstandsbeleid van de gemeente.
In bijlage 1 is een begrippenlijst overgenomen.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 1.1
Inhoud en leeswijzer
Onderdeel van Beleidsregels Schuilhutten en Paardenbakken