Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1

Artikel 1.2

Aanleiding

Onderdeel van Beleidsregels Schuilhutten en Paardenbakken

Schuilhuttenbeleid Het hobbymatig houden van dieren door particulieren, waaronder paarden, pony’s, ezels, geiten e.d., heeft een enorme vlucht genomen. Bekend is dat deze dieren bij nat weer een droge ondergrond nodig hebben en bij veel zon beschutting zoeken voor zowel de warmte als voor insecten1Al geruime tijd wordt er door de Dierenbescherming en de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders op aangedrongen om uit het oogpunt van dierenwelzijn schuilhutten in weilanden in het buitengebied toe te staan. Een kort historisch overzicht is opgenomen als bijlage 2 – schuilstallen en dierenwelzijn. Lang niet alle hobbymatige houders van dieren hebben de mogelijkheid om hun dieren direct bij huis te laten lopen. Niet iedereen is in de gelegenheid de dieren bij wisselende weersomstandigheden naar de stal op het erf te halen. Daarvoor is de afstand tussen erf en weiland vaak te groot. Daarnaast hebben niet alle stallen op het erf een uitloopmogelijkheid. Dit zou kunnen betekenen dat dieren die bij wisselvallige weersomstandigheden naar “huis” worden gehaald, langdurig binnen staan. Regelmatig wordt dan ook een vergunning aangevraagd voor het bouwen van een schuilhut voor dieren. Binnen de huidige regelgeving heeft de gemeente geen mogelijkheid om dit soort aanvragen te vergunnen. Om in de toekomst te kunnen anticiperen op deze vraag en daarmee het welzijn van de dieren binnen de gemeente te vergroten, is ervoor gekozen om voorliggende beleidsregel op te stellen. Deze beleidsregel richt zich op het, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk maken van schuilgelegenheden ten behoeve van dieren die een groot deel van het jaar, of het hele jaar door, gebruik maken van een weiland. Belangrijk is de ruimtelijke component bij het al dan niet toestaan van schuilgelegenheden. In het algemeen geldt het uitgangspunt dat dieren zoveel mogelijk dienen te schuilen in de bestaande bebouwing binnen bestaande bouwvlakken. Ook voor de burgers in het buitengebied geldt dat ze de dieren zoveel mogelijk laten schuilen in bestaande bebouwing binnen de bestemming ‘Wonen’. Enkel daar waar hier geen (directe) mogelijkheid toe is kan een omgevingsvergunning aangevraagd worden welke voldoet aan de eisen gesteld in deze beleidsregel. Vanwege de ruimtelijke component dient deze beleidsregel in samenhang te worden gezien met het bestemmingsplan Buitengebied en de daarbij behorende ‘herziening buitengebied’ en ‘reparatieplan buitengebied’. De beleidsregel zal onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan ‘herziening buitengebied’ en worden verwerkt in de regels van dit plan. Doelgroep Deze beleidsregel heeft uitsluitend betrekking op het hobbymatig houden van dieren (één of enkele paarden, schapen etc.). Onder dit begrip valt ook een agrarisch bedrijf of een paardenhouderij, waar naast de bedrijfsmatige activiteiten enkele andere dieren hobbymatig worden gehouden. Wanneer deze dieren geen deel uitmaken van de bedrijfsvoering kan er een beroep worden gedaan op de mogelijkheid die deze notitie biedt. Paardenbakkenbeleid Het buitengebied wordt steeds meer gezien als een gemengd gebied, waarin niet alleen ruimte is voor agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen, maar waar ook het plattelandswonen, het recreatief (mede)gebruik en in dat verband ook het (hobbymatig) houden van paarden hun toevlucht nemen. Zowel het Rijksbeleid als het Provinciaal beleid haakt hierop in. Een gevolg van het hobbymatig houden van paarden is een toename van het aantal paardenbakken in het buitengebied. Binnen de bouw- en bestemmingsvlakken is het direct toegestaan om een paardenbak te realiseren. Buiten het agrarisch bouwvlak en bestemmingsvlak is de aanleg van paardenbakken mogelijk middels de verlening van een omgevingsvergunning. Het betreft hier onoverdekte paardenbakken. Deze beleidsregel stelt nadere eisen aan de ligging en uitstraling van paardenbakken welke buiten het agrarisch bouwvlak of bestemmingsvlak liggen. Voor paardenbakken binnen het bouw- of bestemmingsvlak geldt de beleidsregel als wensbeeld. Door het stellen van eisen gaat de gemeente een wildgroei aan paardenbakken tegen in het buitengebied. Daarnaast wordt er op deze manier zorg voor gedragen dat toekomstige paardenbakken een nette en passende uitstraling hebben en zodoende een juiste inpassing kennen met hun omgeving. Vanwege de ruimtelijke component dient deze beleidsregel in samenhang te worden gezien met het bestemmingsplan Buitengebied en de daarbij behorende ‘herziening buitengebied’ en ‘reparatieplan buitengebied’. De beleidsregel zal onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan ‘herziening buitengebied’ en worden verwerkt in de regels van dit plan. Doelgroep Zowel het hobbymatig gebruik als het bedrijfsmatig gebruik van paardenbakken komt regelmatig voor in het buitengebied van de gemeente Cranendonck. Aangezien het feitelijke gebruik van de bak in beide gevallen overeenkomstig is, is er bij het opstellen van deze beleidsregel geen onderscheid gemaakt in dit gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel