Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Doelen

Onderdeel van Beleidskader Fietsparkeren bij publieksvoorzieningen

De aanpak fietsparkeren is gebaseerd op de volgende doelen: fietsgebruik stimuleren Goede fietspaden en je fiets goed kunnen stallen zijn belangrijke voorwaarden om het fietsen te stimuleren. Goede fietsparkeervoorzieningen dragen bij aan de concurrentiepositie van de fiets ten opzichte van bus en auto, zowel als hoofdtransportmiddel als in voor- en natransport naar de NS-stations. Tegemoet komen aan de groeiende vraag Een fietsvriendelijke stad heeft voldoende fietsparkeervoorzieningen waar fietsers hun fiets goed en veilig kunnen stallen. Er zijn echter verschillende doelgroepen fietsers. De traditionele kortparkeerder wil geen tijd verloren zien gaan in het stallen van de fiets. De langparkeerder heeft minder problemen met enig tijdverlies als gevolg van het stallen en zal tevens hogere eisen stellen aan het veilig kunnen stallen van de fiets. Bij het zoeken naar fietsparkeermogelijkheden moet rekening gehouden worden met de volgende indicatieve loopafstanden: Parkeerduur Gebruikers Loopafstand Kort parkeren (ca 1 uur of minder) Bezoekers solitaire winkels (bijv. supermarkt) 25 mtr Middellang parkeren (1-4 uur) Centrumbezoekers 75 mtr Lang parkeren (4u of meer) Forenzen bij NS-stations 100 mtr Het streven is aan deze voorkeurswaarden tegemoet te komen. Dat is niet altijd mogelijk, ofwel omdat er te weinig ruimte is, of niet altijd wenselijk is, bijvoorbeeld in (drukke) winkelstraten of voetgangersgebieden. Ook de kwaliteit van de stalling kan hierbij een rol spelen, bijvoorbeeld of de stalling overdekt is, de zekerheid van een plek en veiligheid tegen diefstal: (middel)langparkeerders parkeren soms liever iets verder weg in een overdekte stalling die bewaakt is. Alleen enkele bestemmingen in het kernwinkelgebied van het stadscentrum (midden in het ‘gebogen maaiveld’) liggen op iets grotere loopafstand. Hiervoor vinden we een loopafstand van 100 a 125 nog acceptabel. Fietsdiefstal terugdringen De angst voor diefstal door onvoldoende fietsparkeervoorzieningen leidt tot minder fietsgebruik en tot het gebruik van kwalitatief mindere fietsen. Angst voor diefstal is voor mensen een reden om voor korte afstanden niet de fiets maar de auto te nemen. Fietsdiefstal is de afgelopen jaren met 25% toegenomen: van 660 in 2011 naar 830 in 2015. De meeste (75%) fietsdiefstallen vinden (logischerwijs) plaats op locaties waar veel fietsen te vinden zijn (factsheet zie bijlage). Dit biedt aanknopingspunten voor aanpak, en zal in overleg met de politie nader worden verkend. Een belangrijke maatregel in het kader van diefstalpreventie is: zet je fiets op slot én vast! Voorlichting aan fietsers kan hierin veel helpen. De gemeente kan hierin faciliteren door fietsenrekken met een aanbindmogelijkheid te plaatsen. Ook het gebruik van de bewaakte stallingen voorkomt fietsdiefstal. Gratis bewaakt stallen blijft een belangrijk middelen om diefstal tegen te gaan, en tegelijkertijd te voorkomen dat het openbaar gebied vol slibt met her en der gestalde fietsen. kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren Op veel locaties worden fietsen aan bomen, lichtmasten of hekken vastgemaakt of los op trottoirs gestald, om maar zo dicht mogelijk de fiets bij de bestemming te kunnen parkeren. Fietsparkeerbeleid draagt dan bij aan een visueel aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Als er op acceptabele loopafstand voldoende parkeervoorzieningen zijn, en toch foutparkeren plaatsvindt, is handhaving nodig. hinder van wild gestalde fietsen voorkomen Het wild stallen is de laatste jaren steeds meer toegenomen, omdat er niet op fout geparkeerde fietsen is gehandhaafd. In de praktijk blijkt: “zien fout stallen doet steeds meer fout stallen”. Op sommige locaties staan de fout gestalde fietsen zeer hinderlijk en belemmeren de doorgang voor voetgangers. Voor minder validen en slechtzienden kunnen ze zelfs leiden tot gevaarlijke situaties.

Rechtspraak bij dit artikel