Standaard nader onderzoek

Deze bijlage is een hulpmiddel voor het opzetten van een rapportage nader onderzoek. Daarbij zijn de onderdelen aangegeven die in het rapport moeten worden opgenomen en kan de bijlage als inhoudsopgave voor de rapportage worden gebruikt.

In sommige gevallen is het noodzakelijk om overige zaken die van belang zijn in het kader van bijvoorbeeld een toekomstige sanering, of voor het verlenen van de Beschikking in het rapport op te nemen. Verder wordt er vanuit gegaan dat de opsteller van het rapport op de hoogte is van alle relevante beleidsdocumenten zoals de Wet bodembescherming, de Circulaire bodemsanering, de Gelderse Beleidsnota Bodem, de Provinciale Milieu¬verordening Gelderland, de bodemverordeningen gemeente Arnhem en Nijmegen, de BRL 6000 en bijbehorende VKB-protocollen en belendende wetgeving.

Samenvatting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Opdrachtgever, locatienaam, aanleiding en doel van het nader onderzoek, en een leeswijzer.

Hoofdstuk 2 Voorinformatie

§2.1 Terreinsituatie

Beschrijving van de onderzoekslocatie, kadastrale percelen, indeling in deellocaties, huidige gebruik van het terrein en directe omgeving.

§2.2 Bodemopbouw en geohydrologie

Regionale bodemopbouw en geohydrologie. Lokale bodemopbouw, grondwaterstand- en stroming van bovenste watervoerende pakket. Infiltratie of kwelsituatie.

Optioneel: onderscheid in watervoerende pakketten, grondwater¬onttrek¬kingen in de omgeving, grondwaterbeschermingsgebieden en andere relevante waterpartijen.

§2.3 Historische informatie

Vermelding van de bestemmingen die de locatie heeft gehad, de voormalige gebruikers, welke potentieel verdachte activiteiten zijn uitgevoerd over welke periode, inclusief bronvermelding en of er in het verleden calamiteiten hebben plaatsgevonden .

§2.4 Verontreinigingssituatie

Lijst van de reeds uitgevoerde onderzoeken. Vermelding van de verontreinigingen die zijn aange¬troffen en in welke mate deze zijn onderzocht en afgebakend (in horizontale en verticale richting), bronnen, aan/afwezigheid asbest.

§2.5 Gevalsdefiniëring

Benoeming van te onderscheiden geval(len) van bodemverontreiniging inclusief de onderbouwing (samenhang en omgaan met diffuse verontreinigingen. Zie paragraaf 2.3).

Hoofdstuk 3 Onderzoeksopzet en uitgevoerde werkzaamheden

§3.1 Onderzoeksstrategie

Opzet van basis van het conceptuele model (CSM) op basis van situatiegegevens en historische informatie.

Onderzoekshypothese(n) eventueel per deellocatie (of per geval van verontreiniging) op basis van conceptueel model (CSM). Benoemen van de onderzoeksvragen en bepalen onderzoeksstrategieën.

§3.2 Overzicht uitgevoerde werkzaamheden

Een overzicht van de uitgevoerde (veld)werkzaamheden inclusief datum van uitvoering en de uitge¬voerde analysewerkzaamheden.

Hoofdstuk 4 Resultaten en interpretatie (evtueel per geval)

§4.1 Zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw

Tabel met de aangetroffen bodemopbouw en zintuiglijk waargenomen bijzon¬der¬heden.

§4.2 Toetsingskader

§4.3 Resultaten en interpretatie grond

Beschrijving resultaten met verwijzing naar bijlage met tabellen met toetsing van de grondanalyses.

Verwerking gegevens in conceptueel model en beantwoording onderzoeksvragen.

Bepaling volume grond (m3) boven interventiewaarde per geval

§4.4 Resultaten en interpretatie grondwater

Beschrijving resultaten met verwijzing naar bijlage met tabellen met toetsing van de grondwater¬analyses.

Verwerking gegevens in conceptueel model en beantwoording onderzoeksvragen.

Bepaling volume grondwater (m3) boven interventiewaarde per geval.

§4.5 Samenvatting verontreinigingssituatie en samenhang

Hoofdstuk 5 Risicobeoordeling/spoedeisendheid

§5.1 Uitgangspunten en input parameters

Weergave van de inputparameters en gebruikte software.

§5.2 Standaardbeoordeling (stap 2)

Welke risico’s zijn er voor de mens, het ecosysteem en/of verspreiding.

§5.3 Locatiespecifieke beoordeling/expert beoordeling (stap 3)

Indien nodig!

§5.4 Conclusie risicobeoordeling en spoedeisendheid

Conclusie

Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen

Naar eigen inzicht.

Bijlagen

1 Regionale ligging.

2 Situering monsterpunten (inclusief contour van de onderzoekslocatie).

3 Historische situatie (verdachte locaties, gebouwen, activiteiten, demping etc.).

4 Verontreinigingssituatie grond (gevalscontour en I-contouren) op topografische kaart.

5 Verontreinigingssituatie grondwater (S+I-contouren) op topografische kaart

6 Dwarsprofiel verontreinigingssituatie (indien relevant).

7 Boorprofielen.

8 Toetsingstabellen grond (met toetsing aan AW2000 en I-waarden).

9 Toetsingstabellen grondwater (met toetsing aan S-waarden en I-waarden).

10 Analysecertificaten.

11 Uitdraai Risicobeoordeling.

12 STI-normen, achtergrondwaarden, bodemgebruikswaarden en overige relevante normen.

13 Kadastrale kaart met vereiste contouren