Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 14

Afwijking in bijzondere gevallen

Onderdeel van Ontwerp beleidsregels uitwegen 2022

Het college van burgemeester en wethouders maakt gebruik van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, om af te wijken van deze beleidsregels als: De aanvrager met onderbouwing en rijcurvetoets kan aantonen dat een bredere uitweg noodzakelijk is en hij deze uitweg veilig kan uit- en inrijden, dan is een uitweg met een grotere breedte toegestaan. Deze breedte wordt vastgesteld aan de hand van een rijcurvetoets. De aanvrager met onderbouwing kan aantonen dat hij de uitweg veilig kan uit- en inrijden, dan is een uitweg toegestaan binnen 5m van het tangentpunt. Deze uitzondering geldt alleen voor woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De aanvrager met onderbouwing kan aantonen dat een tweede uitweg bij een woning in het belang van de verkeersveiligheid op de weg noodzakelijk is of dat een tweede uitweg anderszins een verbetering is voor de omgeving. Elke aanvraag hiervoor wordt individueel beoordeeld op parkeersituatie, verkeersveiligheid en bescherming van het uiterlijke aanzien en groenvoorziening van de omgeving. De betreffende situatie zo uitzonderlijk is, dat hiervoor in de beleidsregels geen criteria zijn opgenomen en een uitweg op deze locatie de verkeersveiligheid en het uiterlijk aanzien niet aantast, alsmede dat er maximaal één openbare parkeerplaats vervalt door aanleg van de uitweg. Bij elk van bovengenoemde uitzonderingsgevallen dient het college van burgemeester en wethouders te (laten) toetsen of de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Indien de verkeersveiligheid wel in het geding komt, wordt geen uitzondering gemaakt en wordt de vergunning niet verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel