Naar hoofdinhoud

Artikel 5

– Verplichtingen

Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening 2013

1.. Aanvrager doet aan het college op verzoek of direct uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk is dat deze van invloed kunnen zijn op het traject schuldhulpverlening. 2.. Aanvrager is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende het traject schuldhulpverlening. De medewerking bestaat onder andere uit: het tijdig verschijnen op een afspraak voor schuldhulpverlening; het overleggen van een identiteitsbewijs, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht; het verlenen van toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang zijnde informatie in te winnen bij, en te verstrekken, aan derden; het zich tot het uiterste inspannen om betaald werk te behouden dan wel fulltime betaald werk te krijgen; het treffen van maatregelen om de afloscapaciteit te verhogen, waaronder het beroep doen op inkomensverhogende regelingen, het vragen van kostgeld aan inwonende meerderjarige kinderen en het verkopen van niet noodzakelijke bezittingen; het gebruiken van de beschikbare afloscapaciteit voor de aflossing van schulden; geen nieuwe financiële verplichtingen dan wel schulden aangaan; het zich houden aan de bepalingen van het afgesloten trajectplan dan wel overeenkomst schuldhulpverlening; het nalaten van wat de voortgang van de schuldhulpverlening belemmert; de bereidheid om een training of cursus te volgen, gericht op gedragsverandering. 3.. Naast deze algemene verplichtingen, kan het college in de beschikking in individuele gevallen aanvullende bijzondere verplichtingen opnemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel