Waar er een decennium geleden nog grote aantallen appartementen werden geprogrammeerd om te voorzien in de veronderstelde behoefte aan gelijkvloers wonen onder ouderen, is de afgelopen jaren gebleken dat het overgrote deel van de ouderen helemaal niet zo verhuisgeneigd is. Er is wat dat betreft een groot verschil tussen wat ouderen in enquêtes zeggen te willen en wat zij in de praktijk doen. Het Planbureau voor de Leefomgeving15Vergrijzing en woningmarkt, PBL, 2013 voorspelt zelfs dat slechts 4 tot 5% van de 65-plussers uiteindelijk ook echt gaat verhuizen. Toegepast op Zwijndrecht zou het dan gaan om ongeveer 300 huishoudens. Het toegenomen eigen woningbezit onder ouderen speelt hierbij een belangrijke rol, naast hun vaak zeer specifieke woonwensen, en praktische en financiële belemmeringen.
Ook de rijksoverheid heeft in 2014, op basis van een aantal andere onderzoeken, geconcludeerd dat langer zelfstandig wonen vooral vraagt om aanpassing van de bestaande woningvoorraad16Kamerbrief d.d. 4 juni 2014 met kenmerk 2014-0000299501. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de eigenaar van de woning.
Met de woningcorporaties maken we hier prestatieafspraken over (zie hoofdstuk 5). Particuliere verhuurders en huiseigenaren kunnen dit zelf organiseren. Aanbieders van woningaanpassingen en hulpmiddelen leveren steeds vaker ook rechtstreeks aan consumenten. Mocht de financiering voor eigenaar-bewoners een structureel probleem vormen, dan kunnen we overwegen om naast startersleningen ook blijversleningen te gaan verstrekken. Tot slot kunnen er, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), in specifieke gevallen maatwerkvoorzieningen worden verstrekt aan zowel huurders als huiseigenaren.
We bouwen in beginsel niet meer specifiek voor ouderen en mensen met lichamelijke beperkingen. In plaats daarvan besteden we in algemene zin aandacht aan de levensloopgeschiktheid van nieuwe woningen voor kleine huishoudens, in het bijzonder op locaties nabij voorzieningen. De woonadviescommissie (WAC) speelt hierbij een sleutelrol. Daarnaast staan we open voor initiatieven vanuit de samenleving voor realisatie van bijzondere woonvormen, zoals een Knarrenhof. We beschouwen dit als een bijzondere woonwens waarin we met maatwerk willen voorzien. Het levensloopgeschikt maken van bestaande woningen beschouwen we primair als de verantwoordelijkheid van de eigenaar. In voorkomende gevallen kan hierbij vanuit de Wmo ondersteuning op maat worden geboden.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.3
Aanpassing van bestaande woningen
Onderdeel van Woonplan Zwijndrecht 2020-2030