Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.7

Artikel 36

Bestaanskosten (jongeren in instelling)

Onderdeel van Nadere regels bijzondere bijstand en minimaregelingen Boxtel 2021

Jongeren van 18 tot en met 20 jaar die in een instelling verblijven, hebben geen recht op algemene bijstand. In hun bestaanskosten wordt grotendeels voorzien door de instelling waar ze blijven. Onderhoudsbijdrage ouders Voor zover niet in de bestaanskosten wordt voorzien door de instelling waar de jongere blijft, zoals de ouderbijdrage, zak- en kleedgeld en overige bijzondere kosten, wordt een beroep op de ouders gedaan. Een jongere kan voor zijn bestaanskosten niet altijd (volledig) een beroep op zijn ouders doen. Dan kan een jongere bijzondere bijstand krijgen op basis van artikel 12 van de wet. Een juiste aansluiting op de bestaanskosten van de jongere en de ouderlijke onderhoudsplicht wordt alleen bereikt door de hoogte van de bijzondere bijstand geheel af te stemmen op de individuele omstandigheden. Over dit bedrag zijn belastingen en premies verschuldigd. Hoogte bijzondere bijstand De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de algemene bijstandsnormen voor personen van 18 tot en met 20 jaar. Kinderbijslag wordt, als deze voor de jongere kan worden aangewend, in mindering gebracht. Bij plaatsing in een voorziening ingevolge de Wet op de jeugdzorg is zak- en kleedgeld in de dagprijs begrepen.

Rechtspraak bij dit artikel