**1..** Bij het bepalen van het inkomen en vermogen wordt rekening gehouden met:
- - de vermogensgrens die wordt bepaald in artikel 34 van de wet;
- - de vrijlatingen genoemd in artikel 32 en 33 van de wet;
- - de middelen die in artikel 31 lid 2 van de wet genoemd zijn;
- - de extra vrijlating op het saldo van de betaalrekening voor lopende uitgaven. De hoogte van de vrijlating is 1,5 maal de (kostendelers-)norm exclusief vakantietoeslag;
- - indien een uitvaartpolis opeisbaar is wordt van belanghebbende niet verwacht de waarde hiervan af te kopen. De waarde van de uitvaartpolis telt dan ook niet mee als vermogen.
**2..** Voor zover het vermogen in de eigen woning minder is dan het bedrag in artikel 34 lid 2 sub d van de wet, telt dit niet mee voor de bepaling van het vermogen.