In het geval bij een overtreding, als bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel, sprake is van samenloop met één van de volgende feiten en omstandigheden in diezelfde woning of het daarbij behorende erf of in hetzelfde lokaal of op het daarbij behorende erf, kan er sprake zijn van verzwarende omstandigheden op grond waarvan de burgemeester de duur of hoogte van de bestuurlijke maatregel kan vermeerderen:

a. Verboden wapenbezit of de aanwezigheid van verboden wapens als bedoeld in de Wet wapens en munitie;

b. Overtreding van de Wet op de kansspelen;

c. Het exploiteren van een speelgelegenheid zonder vergunning;

d. Het exploiteren van een seksbedrijf zonder vergunning;

e. Het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling.