Ernst van de overtreding
De ernst van de overtreding wordt bepaald aan de hand van de gevolgen voor onder meer de fysieke leefomgeving en de veiligheid en gezondheid van personen. Bij de lichtste categorie, ‘vrijwel nihil’, kan worden gedacht aan een overtreding waarvan de gevolgen verwaarloosbaar zijn, zoals een geringe afwijking van de maatvoering of positionering van een bouwwerk, een ondergeschikte tekortkoming aan een bouwplaats of een geringe afwijking van de eisen in het Bouwbesluit over de bruikbaarheid, het milieu of de energiezuinigheid van een bouwwerk.
Bij de categorie ‘beperkte gevolgen’ is er iets meer aan de hand. Er is sprake van enige aantasting van de fysieke leefomgeving of het woon- en leefklimaat. De veiligheid en gezondheid van personen is niet of nauwelijks in het geding. Binnen deze categorie vallen overtredingen zoals bijvoorbeeld het plaatsen van een dakkapel in het voordakvlak buiten een beschermd stads- of dorpsgezicht, een illegale berging of een geringe afwijking van de voorschriften verbonden aan een omgevingsvergunning of de planregels van een bestemmingsplan.
De kwalificatie van belang is aan de orde als er sprake is van aanmerkelijk risico dat de overtreding (enige) maatschappelijke onrust geeft of gevolgen heeft die schade aan de fysieke leefomgeving opleveren. Ook kan er sprake zijn van (enige) gevaarzetting en/of aanmerkelijk risico voor de veiligheid en gezondheid van personen. Denk daarbij onder meer aan het bouwen van een bijbehorend bouwwerk van enige omvang zonder vergunning in beschermd stads- of dorpsgezicht, illegale kap van een boom, brandgevaarlijke situatie (niet levensbedreigend), een geringe aantasting van monumentale of archeologische waarden of illegale gevelreclame in beschermd stads- of dorpsgezicht.
Er is sprake van ‘aanzienlijk dreigend en/of onomkeerbaar’ wanneer de overtreding maatschappelijke onrust of ernstige schade aan de fysieke leefomgeving oplevert. De veiligheid en gezondheid van personen is (ernstig) in geding. Denk daarbij bij voorbeeld aan: tekortkoming aan een verbrandingstoestel (koolmonoxide), instortingsgevaar, ernstige aantasting van monumentale of archeologische waarden of een brandgevaarlijke situatie (levensbedreigend).
Gedrag van de normadressaat
Het gedrag van de normadressaat, met name de lichtste en de zwaarste categorie, behoeven ook toelichting. Voor de categorie ‘goedwillend, onbedoeld en proactief’ is het van belang dat de normadressaat de regel niet bewust heeft overtreden en proactief is of is geweest. Dit is het beste toe te lichten aan de hand van een voorbeeld. Een persoon wil een schutting plaatsen en doet navraag bij de gemeente. Hier krijgt de persoon te horen dat de schutting vergunningsvrij is en plaatst vervolgens de schutting. Na verloop van tijd wordt er een handhavingsverzoek ingediend en krijgt de persoon te horen dat er voor de schutting toch een vergunning nodig is. Deze persoon wil de schutting nu niet direct meer verwijderen omdat de persoon meent dat er op vertrouwt kon worden dat de informatie juist was. In dit geval zou het tekort doen aan de goede bedoelingen en de proactieve houding van de persoon om deze persoon direct in te schalen in categorie B (of hoger). Uit dit voorbeeld is af te leiden dat het voortraject van de normadressaat en de houding ten tijde van het contactmoment (en mogelijke eerdere contactmomenten) altijd meegewogen moeten worden in de inschatting van het gedrag.
Voor de categorie D “bewust en structureel, fraude, oplichting” is van belang te onthouden dat er meerdere overtredingen (binnen of buiten de gemeente Delft) nodig zijn om het gedrag in deze zwaarste categorie in te kunnen delen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3
Toelichting op de categorieën
Onderdeel van Handhavingstrategie Wabo en Omgevingswet