Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Aanleiding

Onderdeel van Beleidsregels uitritten en uitwegen

Ten grondslag aan dit beleidskader ligt de wens om nadere toetsingscriteria te hebben voor het beoordelen van een melding voor een uitweg. De regeling in afdeling 1 van hoofdstuk 5 van de Verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Bergen (verder te noemen: ‘VFL’) is te algemeen. Om de meldingen eenduidig te kunnen beoordelen zijn criteria opgesteld voor de verschillende weigeringsgronden. Met de beleidsregels is voor burgers en gemeente duidelijk of een melding geaccepteerd of geweigerd wordt. Dit bevordert de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Vanuit het verleden is onderscheid gemaakt tussen uitwegen in het buitengebied en in de bebouwde kom. In dit beleidskader wordt dit onderscheid losgelaten. Ook in het buitengebied kunnen verkeersonveilige situaties ontstaan, is er sprake van openbare wegen en is het belangrijk dat er criteria zijn waarop kan worden aangesloten. Daarnaast zijn er ook steeds meer woonbestemmingen in het buitengebied en worden (bedrijfs)voertuigen steeds groter, wat ook andere eisen met zich meebrengt. Er is behoefte aan een nadere uitwerking en toelichting van de regels zoals opgenomen in de VFL. In het belang van het waarborgen van de openbare veiligheid, bruikbaarheid van de weg, veilig en doelmatig gebruik van de weg, uiterlijk aanzien van de omgeving en de groenvoorziening in de gemeente, zijn regels over het aanleggen van een uitweg in bijgevoegd beleidskader vastgelegd. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om het meldingsformulier aan te passen en een aantal onduidelijkheden op te lossen. Dit beleidskader is opgesteld voor de situaties voor het aanbrengen of veranderen van een uitweg op gemeentegrond en wegen die in beheer zijn bij de gemeente Bergen. Onder uitwegen worden in deze beleidsnotitie tevens ‘uitritten’, ‘opritten’ en ‘inritten’ verstaan.

Rechtspraak bij dit artikel