Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Wettelijke grondslag

Onderdeel van Beleidsregels uitritten en uitwegen

Op grond van artikel 14, lid 3, van de Wegenwet moet de eigenaar van een weg “de uitvoering van alle werken vereist voor aansluiting van … uitwegen” dulden. Om de bruikbaarheid van de weg te waarborgen, is het toegestaan een vergunning te eisen en via voorschriften de gronden, waarop de gemeente een vergunning al dan niet toekent, te regelen. De gemeente Bergen heeft in 2008 ervoor gekozen om niet te werken met vergunningaanvragen, maar met meldingen. De regeling hiervoor is opgenomen in artikel 5:1 van de VFL. In de VFL is o.a. opgenomen dat voor het aanleggen en veranderen van een uitweg een melding nodig is. De uitweg kan worden aangelegd indien het college van burgemeester en wethouders niet binnen zes weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Tevens kent de VFL een viertal weigeringsgronden op basis waarvan een melding kan worden geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel