Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

Tweedeling niet recreatieve gebruikers en aanpak

Onderdeel van Handhavingsbeleid recreatieobjecten

Niet recreatieve gebruikers (overtreders) kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. Beide groepen vereisen een andere aanpak. Het gaat om niet recreatieve gebruikers die het recreatieobject gebruiken als permanente woonruimte en om arbeidsmigranten. Niet-recreatief gebruik blijkt uit feitelijke handelingen van personen en de bekende feitelijke gegevens over een persoon. Van belang is dus ook het verzamelen van bewijsmiddelen die vermoedens van niet recreatief gebruik (en het soort niet-recreatief gebruik) aannemelijk maken. Niet recreatieve gebruikers - permanente bewoners Vaststellen niet-recreatief gebruik in de vorm van permanente bewoning door bewijslast te verzamelen. Het gesprek aangaan met de exploitant(en)/eigena(a)r(en) om tot verbetering van de situatie te komen. De privaatrechtelijke weg is een eenvoudige manier om daadwerkelijk veranderingen te bewerkstelligen. Met parkeigenaren kunnen afspraken worden gemaakt om tot verbetering van de kwaliteit van het park te komen. Tevens kunnen zij een belangrijke schakel vormen in het tegengaan van overtredingen op het park, gelet op het gegeven dat zij de bevoegdheid hebben om wel of niet toegang tot het park te verlenen. Verder leidt het enkel beboeten van overtredingen niet per definitie tot kwaliteitsverbetering op het park. Het louter handhaven van overtredingen op parken kan leiden tot leegstand en verwaarlozing van parken (en geen recreanten huisvest). Kwaliteitsverbetering vormt dus het uitgangspunt, waarbij het handhavingstraject een stok achter de deur blijft om overtredingen te beëindigen en beëindigd te houden. Kwaliteitsverbetering komt immers ook ten goede van parkeigenaren, die er baat bij hebben dat hun park hedendaags en in de toekomst aantrekkelijk blijft voor recreanten. Wanneer de eigenaren niet het gesprek aan willen gaan/niet mee willen werken/onvoldoende uitvoeren wordt alsnog tot handhaving overgegaan. Daarbij worden controles aangescherpt (al dan niet uitbesteed) om niet-recreatief gebruik in de vorm van permanente bewoning te bewijzen. De bewijsmiddelen zullen worden overgedragen aan een handhavingsjurist die een handhavingstraject voorbereidt. Niet recreatieve gebruikers – arbeidsmigranten Deze groep onderscheidt zich van andere niet recreatieve gebruikers, omdat zij geen andere woning heeft in Nederland of omdat vaak sprake is van een tijdelijk verblijf. Arbeidsmigranten wonen ook in strijd met het bestemmingsplan op recreatieparken. We onderscheiden drie categorieën arbeidsmigranten: Permanente arbeidsmigranten Dit betreft vaak gezinnen. Zij hebben besloten zich voor langere tijd in Nederland te vestigen en wonen soms jarenlang in een recreatieverblijf tot zij in aanmerking komen voor een andere woning. Tijdelijke arbeidsmigranten Zij vestigen zich voor enkele maanden in Nederland en verrichten vaak seizoensgebonden werk. Ze gaan van werkgever naar werkgever en worden vaak via tussenkomst van een uitzendbureau gehuisvest. Overige arbeidsmigranten Zij werken het merendeel van het jaar voor een vaste werkgever. Daarna keren ze een aantal maanden terug naar het thuisland, om het jaar erop weer voor dezelfde werkgever aan de slag te gaan. Aanpak Categorie 1 vindt vaak plaats op eigen initiatief van de migrant. Hij staat vaak ingeschreven in het BRP op dat adres. De aanpak van deze groep is hetzelfde als bij andere permanente bewoners. Categorie 2 en 3 vinden vaak plaats op initiatief van de werkgever. Hiervoor is het lastig de bewijslast individueel rond te krijgen. In zo’n geval moeten we op de algemene regel handhaven: het gebruiken of laten gebruiken van een recreatiewoning in strijd met de regel. Het gaat dan om de overtreding van een bepaald ‘verblijf’. Handhaving vindt plaats op basis van het bestuursrecht. In zo’n geval schrijven we alleen de eigenaar van het hoofd woonverblijf aan. Hij verbeurt bij constatering van het niet-recreatief laten gebruiken van zijn eigendom een dwangsom. Deze prikkel moet ertoe leiden dat de overtreding in de toekomst wordt gestaakt en gestaakt blijft.

Rechtspraak bij dit artikel