Het interventiebeleid is er op gericht overtredingen op te heffen en herhaling te voorkomen. Daarbij wordt corrigerend opgetreden en eventueel ook sanctionerend. Het interventiebeleid is er tevens op gericht risicovolle situaties op te heffen;
Bij het beoordelen van een overtreding en het bepalen van de juiste interventie wordt rekening gehouden met:
De mogelijke gevolgen van die overtreding, en;
De omstandigheden waaronder die overtreding is begaan, en;
Het gedrag van de overtreder. Het gaat hier om gedragingen die nagelaten worden of worden gedaan om naleving van het wettelijk voorschrift mogelijk te maken, en;
De voorgeschiedenis, en;
Het subsidiariteit- en proportionaliteitsbeginsel. De interventie dient te worden toegepast die het minst ingrijpend en het best passend is om het gestelde doel te bereiken. Dit betekent dat bij een overtreding niet standaard één bepaalde interventie mogelijk is. Bepaald dient te worden welke interventie in de specifieke situatie de beste is;
De inspecteur gaat uit van vertrouwen in zijn contacten met de ondernemer;
In principe wordt het bestuursrecht toegepast, tenzij wettelijke bepalingen aangeven dat het strafrecht moet worden toegepast of bestuursrechtelijke handhaving niet mogelijk is. Indien dit het geval is, wordt, voor zover mogelijk, het strafrecht toegepast.
Indien evident is dat het te verkrijgen economisch voordeel (beduidend) hoger is dan de bestuurlijke boete, wordt overgegaan tot het strafrecht. Uitlatingen van de ondernemer/organisator kunnen bij die afweging een rol spelen
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Uitgangspunten
Onderdeel van Interventiebeleid Drank- en Horecawet Gemeente Lingewaard