De inspecteur heeft de taak om bij (een) geconstateerde overtreding(en) de ernst van de overtreding(en) te beoordelen in het licht van de totale bedrijfsvoering in de gecontroleerde onderneming. Deze beoordeling doet de inspecteur op basis van zijn technisch inhoudelijke kennis, de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en het interventiebeleid.
Stap 1
Tijdens de inspectie bepaalt de inspecteur de relevante wettelijke voorschriften.
Stap 2
De inspecteur verzamelt relevante feiten en omstandigheden en onderscheidt daarbij de feiten en omstandigheden van elkaar.
Feiten zijn: daden, handelingen en dergelijke, die werkelijk plaatsgevonden hebben. Omstandigheden zijn: bijzonderheden die verband houden met de vastgestelde feiten.
Stap 3
De inspecteur beoordeelt de tekortkomingen en bepaalt of er wel of geen overtreding is van de wettelijke voorschriften. Indien het geen overtreding is, dan zijn de verzamelde feiten niet in strijd met de wettelijke voorschriften. Indien het wel een overtreding is, beoordeelt de inspecteur of de feiten te sanctioneren zijn.
Stap 4
Als er een overtreding is van de wettelijke voorschriften, bepaalt de inspecteur de ‘status’ van de overtreding op basis van de ernst van deze overtreding; hij maakt op basis van het interventiebeleid de afweging of het een overtreding of een ernstige overtreding betreft. Hij maakt daarbij gebruik van de definities van overtredingen uit dit interventiebeleid.
Stap 5
De inspecteur hanteert het interventiebeleid en stelt vast welke corrigerende en/of sanctionerende interventie(s) de geschiktste is op basis van zijn oordeel over: de status van de overtreding, de verwijtbaarheid, recidive, onwil, economisch voordeel en de voorgeschiedenis.
De inspecteur past die interventie(s) toe die nodig is (zijn) en maakt afspraken over de termijn van opheffen van de overtreding.
Stap 6
De inspecteur bepaalt de overige stappen, die kunnen bestaan uit: het bieden van nalevingshulp om de betreffende overtreding te doen opheffen of om herhaling van de overtreding te voorkomen en eventueel het afspreken van een termijn voor herinspectie.
Stap 7
De inspecteur registreert de inspectie.
Stap 8
De inspecteur bewaakt de termijn en neemt de noodzakelijke vervolgstappen, zoals in het gehanteerde interventiebeleid is beschreven.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Werkwijze inspecteur
Onderdeel van Interventiebeleid Drank- en Horecawet Gemeente Lingewaard