De burgemeester en de andere leden van het college worden geacht bij de vergaderingen van de commissie aanwezig te zijn voor zover die op hun portefeuille betrekking hebben. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de griffie daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij ten minste vijf dagen vóór de vergadering, onder opgave van redenen.