Puntlocaties en vlakinformatie kadastraal minuut
Alle bewoningslocaties die op het kadastraal minuutplan uit 1832 staan weergegeven, zijn overgenomen op kaart en in de bijbehorende GIS-database. Daarbij hebben we in principe voor elk afgebeeld gebouw een afzonderlijke punt geplaatst, tenzij het gaat om zeer kleine bijgebouwen die vrijwel tegen het hoofdgebouw stonden geplaatst. Naast puntlocaties hebben we ook vlakinformatie met een bepaalde archeologische relevantie in beeld gebracht. Het gaat hierbij om kerkhoven (rond kerken), begraafplaatsen (buiten de kommen, veelal aangelegd omstreeks 1829), grachten en omgrachte terreinen, (molen)kolken, vijvers bij boerderijen en buitenplaatsen, stedelijke kernen en daarbinnen gelegen bouwblokken.
Met stedelijke kernen zijn we als volgt omgegaan: wanneer er sprake was van een daadwerkelijke stedelijke kern, zijn uitsluitend bouwblokken gekarteerd. Bij omgrachte dorpen hebben we zowel de bouwblokken als de afzonderlijke huizen als puntlocaties gekarteerd. In dorpskernen die geen stedelijke kenmerken als omwalling of omgrachting bezaten, hebben we in alle gevallen de bebouwing als puntlocaties gekarteerd. Uitsluitend de kerk met het omliggende kerkhof is als vlak gekarteerd wanneer er sprake was van een dorpskern. Verder hebben we van de kernen Borculo, Neede, Eibergen, Ruurlo, Geesteren en Gelselaar het nederzettingsareaal weergegeven, d.w.z. de omtrek van het dorp of de stad met de direct omringende moestuinen etc. waar archeologische resten in relatie tot het dorp of de stad verwacht kunnen worden.
Bebouwing die reeds vóór 1832 verdwenen was
De kaart is bovendien aangevuld met informatie over bebouwing die reeds vóór 1832 verdwenen was en uit historische bronnen bekend is, zoals reeds afgebroken kastelen. Daarvoor zijn onder meer Molens Meesters Mulders van Herman Hagens (1978) en Kastelen in Gelderland (2013) benut. Informatie over adellijke huizen en havezaten van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo is benut.18www.heerlijkheidborculo.nl Daarbij moesten we concluderen dat de huizen Bolkshuis (Gelselaar) en Wolferink (Heure onder Geesteren) geografisch vooralsnog niet plaatsbaar waren.
Een ongepubliceerd manuscript van Keunen, mede-auteur van dit rapport, biedt een schat aan gegevens over huisplaatsen in de dorpsgebieden Neede en Ruurlo. De meest relevante ruimtelijke gegevens hebben we conform het plan van aanpak hieruit gedestilleerd, zoals twee postmiddeleeuwse eendenkooien (waarvan één rudimentair en één verdwenen), het terrein ‘Olden Gott’ in de kern van Ruurlo, waar aanwijzingen voor paardenbegravingen bestaan en vermoedens voor het bestaan van een grafheuvel, en de ligging van enkele boerderijen die vóór 1832 verdwenen.19Keunen, manuscript Uit het onderzoek is ook naar voren gekomen dat er bijvoorbeeld reeds vóór 1832 meerdere boerderijen langs de Borculoseweg, Ruwenhofstraat en Meijersweg moeten zijn verdwenen, maar omdat hiervan geen exacte coördinaten bekend waren, kan slechts met deze algemene constatering worden volstaan. Het gaat bijvoorbeeld om de boerderij Rijkenhuis, die ergens ten noorden van de Borculoseweg – G.L. Rutgersweg nabij de kruising met de Borculoseweg moet hebben gelegen. Op basis van onder meer de resultaten uit dit manuscript, een studie van Vangheluwe en Spek over ‘bochten’ 20Vangheluwe & Spek, 2008 en een succevolle toetsing van het nederzettingsmodel uit de eerste studie, de opgraving Neede-Bonkertskamp, hebben we de zuidelijke flank van de stuwwal tussen de laatmiddeleeuwse huisplaatsen in het zuiden en de daadwerkelijke strokenverkavelde es in het noorden als extra attentiezone voor middeleeuwse huisplattegronden aangeduid (kaartbijlage 2: middeleeuws bewo-ningslint Needse Berg). Hier moeten zich ook de laatmiddeleeuwse erven bevonden hebben die al vóór 1650 verdwenen waren.
Daarnaast hebben we voor het grondgebied van de gemeente Berkelland ook alle percelen in kaart gebracht die de naam ‘Hoesstae’ of een variant daarop droegen. Deze ‘hoessteden’ of ‘huissteden’ waren percelen waar ooit huizen stonden, ergo waar nog relicten van in de bodem kunnen zitten.21Keunen, manuscript Deze hebben we evenals de Olden Gott in de categorie ‘overige terreinen’ ondergebracht.
Attentiezones voor archeologische resten rondom historische nederzettingslocaties
Boerderijgebouwen waren in het verleden door hun wijze van funderen meer aan slijtage onderhevig dan tegenwoordig, omdat ze tot ver in de Volle Middeleeuwen met hun houten palen in het zand stonden. Bovendien was ook de plek niet statisch; boerderijen werden vaak binnen het eigen bezit over een bepaalde afstand verplaatst. Tot omstreeks 1200 kon die verplaatsing – in meerdere fasen – wel tot 200 meter bedragen, later door verbeterde funderingstechnieken en een meer aan regels gebonden ruimte hoogstens enkele tientallen meters en ook veel incidenteler. Omdat er geen nadere studie naar de ouderdom van de boerderijen heeft plaatsgevonden, hebben we een standaardbuffer van 100 meter gehanteerd. Toekomstig onderzoek zou die buffer voor bepaalde plekken kunnen vergroten en voor vermoedelijk de meeste locaties kunnen verkleinen.
Indien er in de toekomst meer informatie beschikbaar komt, is een verdere aanscherping van de buffers mogelijk. Daarbij kan zelfs nog worden gedacht aan het afsnijden van buffers voor landschappelijke zones waar voorgangers niet verwacht mogen worden, zoals nattere delen van het landschap.22Willemse e.a., 2013 De onnauwkeurigheid van de ingetekende locaties als gevolg van beperkingen in het georefereren van de historische kaarten is beperkt en bedraagt ten hoogste circa 10 meter (waaraan de buffer ook is aangepast).
Niet alles wat op de kadastrale minuutplans zichtbaar was aan archeologisch relevante zaken, is (omwille van de beschikbare tijd) meegekarteerd. Het betreft dan vooral objecten die geen directe nederzettingscomponent bevatten, zoals de ligging van bruggen en sluizen. Een enkele grotere schutsluis is wel opgenomen. Ook zijn alleen die grenspalen, -stenen en –zandhopen meegenomen die met name op de kadastrale minuutplans werden genoemd. Er moeten er meer zijn geweest, want het beeld is nu nogal fragmentarisch. Van een enkele grenspaal is bekend dat deze een decennium geleden nog in de berm van de weg te vinden was.
In zijn algemeenheid moeten we constateren dat de omgeving van de huidige gemeente Berkelland zeer rijk is aan oude manuscriptkaarten vanaf de 16e eeuw. Op deze kaarten staan erg veel structuren ingetekend die een archeologische relevantie hebben. Zo bestaat er interessant kaartmateriaal met de relatief uitgebreide landweersystemen rondom Eibergen. Daarnaast kunnen deze kaarten informatie bieden over bijvoorbeeld nog ontbrekende kasteelplaatsen, watermolens, oude Berkelmeanders, galgenplekken, etc. Enkele landweren rond Eibergen hebben we op kaart opgenomen. Omdat dit buiten de opdracht viel hebben we deze kaarten niet nader geanalyseerd om ook de overige landweren, galgenplekken etc. te localiseren, maar we adviseren dit in een vervolg / verdiepingsslag alsnog te doen.
Nauwkeurigheid
De onnauwkeurigheid van de ingetekende locaties als gevolg van beperkingen in het georefereren van de historische kaarten is beperkt en bedraagt ten hoogste circa 10 meter. Niet alles wat op de kadastrale minuutplans zichtbaar was aan archeologisch relevante zaken, is (omwille van de beschikbare tijd) mee gekarteerd. Het betreft dan vooral objecten die geen directe nederzettingscomponent bevatten, zoals de ligging van bruggen en sluizen.
Datastructuur
Alle verzamelde data is verwerkt in GIS-bestanden die hoofdzakelijk bestaan uit (dimensieloze) puntbestanden. Hieronder (tabel 6) laten we de tabelstructuur zien van de aanwezige lagen:
Attribuutnaam
Attribuutwaarde /-verklaring
ID
numeriek identificatienummer
Categorie
default: Historische nederzettingslocaties
Type
typering van de gebruiksfunctie zoals ‘boerderij of woonhuis’
Naam
toponiem indien vermeld en/of bekend
Ouderdom
niet ingevuld
Opmerkingen
Algemene inhoudelijke opmerkingen zoals ‘leen van Huis Keppel’
Buffer
Attentiezone voor resten van erfstructuren of voorgangers (default 100 m)
Bron
bron waaruit de informatie afkomstig is.
Tabel 6. Tabelstructuur van het bestand BLBA3_histned_punt. In vet de attributen waarop de kaartsymbolen in kaartbijlage 2 zijn gethematiseerd. Gecursiveerd en onderstreept de attributen die voor de betreffende kaartlabels zijn gebruikt.
Attribuutnaam
Attribuutwaarde /-verklaring
ID
numeriek identificatienummer
Categorie
default: Historische nederzettingslocaties
Type
typering van de gebruiksfunctie zoals ‘boerderij of woonhuis’
Naam
toponiem indien vermeld en/of bekend
Ouderdom
niet ingevuld
Opmerkingen
Algemene inhoudelijke opmerkingen zoals ‘leen van Huis Keppel’
Bron
bron waaruit de informatie afkomstig is.
Tabel 7. Tabelstructuur van het bestand BLBA3_histned_vlak. In vet de attributen waarop de kaartsymbolen in kaartbijlage 2 zijn gethematiseerd. Gecursiveerd en onderstreept de attributen die voor de betreffende kaartlabels zijn gebruikt.
De GIS-tabel BLBA3_histnedbuf bestaat uit slechts een cosmetische laag en bevat geen gegevens.