Als gedurende de bijstandsverlening de leefvorm van de belanghebbende wijzigt van alleenstaande ouder naar alleenstaande (of andersom) blijft het oorspronkelijk vastgestelde vermogen in principe gelijk en wordt enkel de vermogensgrens aangepast aan de nieuwe norm.
De hoogte van de vermogensgrens is gelijk aan de actuele vermogensgrens die geldt voor de nieuwe leefvorm van de belanghebbende (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden).
Het vermogen moet wel opnieuw worden vastgesteld in de volgende situaties:
- - Twee alleenstaanden met waarvan één met een Participatiewet uitkering gaan samenwonen;
- - Gehuwden of samenwonenden met een Participatiewet uitkering gaan uit elkaar.
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.