Indien een persoon van 18, 19 of 20 jaar die niet in een inrichting verblijft hogere bestaanskosten heeft dan waarin zijn bijstandsnorm voorziet wordt op grond van artikel 12 Participatiewet aanvullend bijzondere bijstand verleend indien redelijkerwijs geen beroep kan worden gedaan op de onderhoudsplichtige (ouders).

De hoogte van de jongerennorm + de aanvullende bijzondere bijstand is gelijk aan de norm zoals bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet.

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.