Naast de vele kerken zijn vooral de kerkhoven en begraafplaatsen de belangrijkste overblijfselen van religieuze beleving en funeraire tradities in het verre en recentere verleden.

Tot een kleine twee eeuwen geleden werd vrijwel uitsluitend begraven in en rond de middeleeuwse dorpskerken. Rond alle kerken met een middeleeuwse oorsprong hebben dergelijke kerkhoven gelegen. Vaak werden ze niet alleen sec voor begravingen gebruikt, maar vonden er ook bestuurlijke en justitiële functies een plek, vond er opslag van geoogste gewassen in spiekers plaats en stonden er de seniorenwoningen van destijds.100Keunen, 2006 De meeste kerkhoven zijn als zodanig al bijna twee eeuwen niet meer gebruikt en sindsdien doorgaans tot versteende dorpspleinen omgevormd. Slechts in enkele gevallen, zoals in Neede, heeft men de onverharde toestand gehandhaafd. Daar is dan nog iets voor te stellen van de oude situatie en hebben we de kerkhoven als ‘nog herkenbaar’ op de kaart gezet.

Op 1 januari 1829 trad een nieuwe wet in werking die het gemeentebesturen met grotere kernen verbood om nog langer in of rond de kerk te begraven. Daardoor werden tal van nieuwe begraafplaatsen aangelegd, vaak net buiten de toenmalige kern. In enkele gevallen werd daarop al vooruitgelopen, zoals bij de Deugenweerd in 1819-1820. De begraafplaatsen van Neede en Eibergen dateren daarentegen wel van omstreeks 1829. Deel van deze nieuwe aanleg was ook de verplichting voor gemeenten om over een algemene, dus seculiere, begraafplaats te beschikken. Die verplichting bestaat nog altijd.

In een aantal gevallen werd na een kleine eeuw besloten naast de oude begraafplaats nog een nieuwe aan te leggen. De Drostenkamp in Neede is daarvan een goed voorbeeld.

Daarnaast bleven ook de kerkgenootschappen over eigen begraafplaatsen beschikken. Soms combineerde men die met de algemene begraafplaats, zoals voor veel protestantse kerkgenootschappen die de oude kerken bezaten, gold. Katholieke kerken die na de Franse Tijd op een aantal locaties nieuw werden gebouwd, kregen echter, soms na langere tijd, de beschikking over eigen kerkhoven of begraafplaatsen. De katholieke begraafplaatsen bij de molen in Neede en in de kern van Borculo zijn daarvan een voorbeeld.

Een bijzondere categorie wordt gevormd door de Joodse begraafplaatsen, waarvan er drie in de gemeente Berkelland liggen, namelijk twee in Borculo en één aan de Berkel bij Eibergen (figuren 4.21 en 4.22). De begraafplaatsen hebben vaak een duidelijke relatie met een Joodse gemeenschap in de desbetreffende kern.

De eerste Joodse begraafplaats in Borculo lag aan de Lange Wal en werd al vóór 1823 gesloten. Tegen de voortuinen van de woningen Lange Wal 20 en 22 ligt nog een toegangssteen als relict, waarop in Hebreeuws hier is begraven staat. In 1820 werd een nieuwe Joodse begraafplaats geopend, die nog altijd bestaat. Sinds de 17e eeuw woonden er Joden in zowel Borculo als Neede, en vanaf de 18e eeuw ook in Ruurlo.

De Joodse gemeente van Borculo kon na de oorlog geen gebruik meer maken van de zwaar beschadigde synagoge, en gebruikte een voormalig schoolgebouw. In 1980 werd de Joodse gemeente opgeheven en bij die van Winterswijk gevoegd. De synagoge aan de Weverstraat uit 1842 werd in 2008 gerestaureerd en herbergt nu een Joods museum.

De derde Joodse begraafplaats ligt aan de Rekkense Binnenweg in Eibergen, op een zandkop aan de Berkel. Deze Jodenbelt werd al vóór 1756 gebruikt. Ook in Eibergen woonden vanaf de 17e eeuw al Joden. De Joodse gemeente van Eibergen, waartoe sinds 1813 ook de Needse Joden behoorden, werd in 1947 bij die van Borculo gevoegd, en in 1961 werd de synagoge afgebroken.101http://www.jhm.nl/cultuur-en-geschiedenis/nederland/gelderland/eibergen