Landschappelijk herkenbare relicten van economische activiteiten in het verleden zijn vooral de winningskuilen die verspreid over de gemeente te vinden zijn. Het meest pregnant zijn de kuilen op de Needse Berg (figuur 4.15). Voor dergelijke winningskuilen zijn al vroege aanwijzingen. Al uit de 16e en 17e eeuw zijn schriftelijke verwijzingen naar leemwinningskuilen op de berg.84Keunen, manuscript
Het merendeel van de kuilen ontstond echter in de 19e en 20e eeuw. De periode waarin materiaal gewonnen werd, is wat onduidelijk: de ene bron spreekt over de periode 1825-1954 en de ander over 1860-ca. 1968.85Pierik e.a., 2010
In de beginperiode lag de nadruk op de winning van de Needse klei, en later ook van het miocene zand. Aanvankelijk maakte men dakpannen en tegels van de klei, en later gebruikte men het miocene zand om vormen voor de ijzergieterij te maken. De groeves werden door spoortjes met de fabriek verbonden. Na 1937 werd een aantal groeves opgevuld, en in 1968 werden ze definitief gesloten.86Pierik e.a., 2010 Er waren meerdere concessies voor het gebied uitgegeven, onder meer aan de steenfabriek van Ten Bokkel Huinink op het Kisveld en aan de N.V. Erven W. ten Cate’s steen-, pannen- en tegelfabriek.87http://www.europese-bibliotheek.nl/nl/boeken/Neede_in_oude_ansichten/100-108290/artikel/5 Ook Rohaan en Overbeek zouden een steen- en pannenfabriek gehad hebben.88http://www.tubantia.nl/regio/achterhoek/needse-kleigroeven-over-pellemel-en-kassenbouw-1.2415658 Ten Cate was de partij die na de overname van Overbeek overstapte naar het ijzergieten.
Het Needien
De groeves op de Needse Berg leidden ertoe dat er zelfs een periode gesproken werd over de geologische periode ‘Needien’. In 1948 werd de naam voor het eerst in het Nederlands gepubliceerd, in 1950 in het Engels. In 1953 publiceerde men van de groeve, die toen als Ten Bokkel Huinink werd aangeduid, een pollendiagram. Na enige tijd werd de aanduiding ‘Needien’ voor een deelperiode van het Pleistoceen vervangen door Holsteinien (https://nl.wikipedia.org/wiki/Needien). Met het Needien werden kleilagen met veel Viviparusdiluvianus (een zoetwaterslak) bedoeld.
Opgenomen zijn ook de leemwinningsgaten in de omgeving van Rekken en Eibergen, in relatie tot de vele steen- en pannenfabrieken die daar stonden.
Van historisch kaartmateriaal zijn nog enkele andere waterpartijen in een industriële context bekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor een waterplas langs de spoorlijn bij Borculo (nu gedempt, ook een ballastput) en water bij Needse bedrijvigheid (deels nog bestaand, functie onbekend).