Voor ontwikkelingen die passen binnen het bestemmingsplan kunnen twee handelwijzen worden gehanteerd, namelijk enerzijds een nauwgezette borging van elementen zoals houtsingels door middel van een enkelbestemming en anderzijds een algemene dubbelbestemming ‘waarde – cultuurhistorie’ voor specifieke deelgebieden, waarin voorwaarden gesteld kunnen worden aan bepaalde ingrepen.

Het is een politieke keuze of het cultuurhistorisch belang vlakdekkend een rol mag spelen in de gemeentelijke planologie of slechts in specifieke deelgebieden. Vanuit een gebiedsgerichte benadering adviseren we om ten minste voor de waarderingscategorieën ‘hoog’ en ‘zeer hoog’ een dubbelbestemming ‘waarde – cultuurhistorie’ op te nemen, waaraan gekoppeld kunnen worden een vergunningplicht voor specifieke activiteiten (zoals ‘aanleggen’) en de verplichting aan te tonen (bijvoorbeeld door middel van nader onderzoek) dat de voorgenomen activiteiten geen afbreuk doen aan de cultuurhistorische waarde van het gebied. Als meer politiek haalbaar is, kan ook gekozen voor een dubbelbestemming van gebieden met een gemiddelde waarde of lager.

Binnen het proces van beoordeling van de vergunningaanvraag zal een afwegingsmoment voor de vergunningverlener moeten worden opgenomen voor de vraag of de ingreep dusdanig is dat cultuurhistorische waarden in het geding zijn. Op die manier wordt voorkomen dat automatisch een onderzoek wordt gevraagd terwijl het achteraf gezien om een huis-, tuin- en keukenplannetje gaat dat geen wezenlijke afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde(n) en waar bovendien het verzoek om een cultuurhistorische onderbouwing qua kosten in geen verhouding staat tot de geplande ingreep. Er wordt op die manier voor slechts een selectie van de aanvragen binnen een gebied met deze dubbelbestemming daadwerkelijk een nadere onderbouwing gevraagd. Deze kan van de vergunningsaanvrager worden gevraagd in de vorm van een cultuurhistorische analyse met ontwerphandreikingen of een landschaps- of stedenbouwkundig plan met cultuurhistorische analyse. Binnen deze mogelijke analysevormen kan de cultuurhistorische waardenkaart een rol spelen, maar afhankelijk van het schaalniveau kan ook een verdiepend onderzoek noodzakelijk zijn.

Beoordeling van de vergunningaanvraag en het door aanvrager aangeleverde onderzoek ter onderbouwing kan plaatsvinden door de betrokken gemeentelijk ambtenaar, al dan niet met (adviserende) ondersteuning van in- of externe adviseurs (historisch geografen, historisch-(stede)bouwkundigen).