Alleen regels zijn nooit genoeg om doelen te bereiken, al was het maar omdat niet alles via een bestemmingsplan of monumentenlijst te organiseren is. Inspireren van initiatiefnemers, al dan niet in combinatie met privaatrechtelijke afspraken, is belangrijk om (meer) doelen te bereiken en om draagvlak te creëren. Prominente voorbeelden in Nederland zijn de gemeenten Ede en Apeldoorn.

Apeldoorn ontwikkelde naast alle regels het Apeldoorns Kookboek.120De Jong, 2011; Kuijlaars & Van Oosterom, 2012 Hierin wordt (rijk geïllustreerd en onderscheiden naar buitengebied, dorpen en stad) de landschapsstructuur uiteengezet en worden handreikingen gegeven hoe met specifieke problematiek op een laag schaalniveau kan worden omgegaan. Waar plaats je wel en waar geen laanbomen?121De Jong, 2011: 162-163 Hoe pas je nieuwe erven in het landschap in en wat doe je met rooilijnen?122De Jong, 2011: 172 Het boek is bedoeld voor ontwerpers, maar ook voor gewone burgers die zich interesseren voor ruimtelijke inrichting.

Ede koos al in 2004 voor handzame brochures, gericht op het aanbrengen van streekeigen beplanting door particulieren. Voor elk van de zes onderscheiden hoofdlandschappen van Ede is een brochure gemaakt waarin staat beschreven welke streekeigen beplanting hier thuishoort en op welke ruimtelijke wijze dat aangeplant dient te worden. Er bestaat een directe link met een beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied, dat is vastgesteld als welstandsnota. Daarnaast maakte de gemeente Ede privaatrechtelijke afspraken met initiatiefnemers over beplanting (in ruil voor korting op plantmateriaal) en heeft zij landschapsbeheerders in dienst die deze afspraken ter plekke gaan maken. Binnen dit landschapsbeheer is de cultuurhistorische discipline geborgd.