Bij het constateren van de volgende openbare orde verstorende handelingen of strafbare feiten kan in het belang van de openbare orde en veiligheid een verblijfsontzegging worden opgelegd:
| artikel 2:1 Algemene plaatselijke verordening (Apv) | samenscholing en ongeregeldheden |
| artikel 2:18 Apv | ordeverstoring |
| artikel 2:32 Apv | betreden gesloten woning, openbare inrichting of lokaal |
| artikel 2:36 Apv | hinderlijk gedrag en straatintimidatie op openbare plaatsen |
| artikel 2:37 Apv | verboden gebruik van drank |
| artikel 2:38 Apv | verboden gebruik lachgas |
| artikel 2:39 Apv | hinderlijk gedrag bij of in gebouwen en voor publiek toegankelijke ruimten |
| artikel 2:40 Apv | doen van natuurlijke behoefte |
| artikel 2:45 Apv | bedelarij |
| artikel 2:51 Apv | (drugs)handel en openlijk (drugs)gebruik |
| artikel 3:15 Apv | straatprostitutie |
| artikel 4:2 Apv | ventverbod |
| artikel 2 Opiumwet 1 Bij alleen het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet kan slechts een verblijfsontzegging worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast. | verkopen enz. van harddrugs |
| artikel 3 Opiumwet 1 Bij alleen het aanwezig hebben van een middel als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet kan slechts een verblijfsontzegging worden opgelegd als de aangetroffen hoeveelheid meer is dan die waarbij volgens de daarvoor geldende richtlijn politiesepot wordt toegepast. | verkopen enz. van softdrugs |
| artikel 131 Wetboek van Strafrecht | opruiing |
| artikel 137c Wetboek van Strafrecht | belediging van groep mensen |
| artikel 138 Wetboek van Strafrecht | huisvredebreuk |
| artikel 141 Wetboek van Strafrecht | openlijke geweldpleging |
| artikel 180 Wetboek van Strafrecht | wederspannigheid tegen een ambtenaar |
| artikel 182 Wetboek van Strafrecht | ambtsdwang en wederspannigheid in vereniging |
| artikel 184 Wetboek van Strafrecht | negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel |
| artikel 239 Wetboek van Strafrecht | schennis van de eerbaarheid |
| artikel 246 Wetboek van Strafrecht | feitelijke aanranding van de eerbaarheid |
| artikel 267 Wetboek van Strafrecht | belediging van ambtenaar in functie |
| artikel 285 Wetboek van Strafrecht | bedreiging |
| artikel 300 Wetboek van Strafrecht | eenvoudige mishandeling |
| artikel 301 Wetboek van Strafrecht | mishandeling met voorbedachten rade |
| artikel 302 Wetboek van Strafrecht | zware mishandeling |
| artikel 303 Wetboek van Strafrecht | zware mishandeling met voordachten rade |
| artikel 306 Wetboek van Strafrecht | deelneming aan aanval of vechtpartij |
| artikel 317 Wetboek van Strafrecht | afpersing |
| artikel 318 Wetboek van Strafrecht | bedreiging |
| artikel 350 Wetboek van Strafrecht | vernieling |
| artikel 424 Wetboek van Strafrecht | straatschenderij |
| artikel 426 Wetboek van Strafrecht | verkeersbelemmering in staat van dronkenschap |
| artikel 431 Wetboek van Strafrecht | rumoer/burengerucht |
| artikel 453 Wetboek van Strafrecht | openbare dronkenschap |
| artikel 461 Wetboek van Strafrecht | verboden toegang onbevoegdheden |
| artikel 13, 26 of 27 Wet wapens en munitie | vervaardigen, voorhanden hebben of dragen verboden wapens |