Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Extreme neerslag (Wateroverlast) 5 Bij klimaatadaptatie wordt vaak gesproken over waterveiligheid en wateroverlast. Waterveiligheid is een aspect dat in belangrijke mate op een hoger schaalniveau dan dat van de concrete nieuwbouw speelt en wordt geborgd. Het Hoogheem­raadschap van Delfland is primair verantwoordelijk voor het beheer van het systeem van de boezem en polders in en rond Delft. Daarmee is het aspect overstromingen en waterveiligheid voor nieuwbouw maar zijdelings relevant, en valt buiten deze gemeentelijke spelregels. Wateroverlast bij hevige regenval (‘hemelwateroverlast') is een aspect dat bij nieuwbouw en de inrichting van de bijbehorende openbare ruimte van belang is, en aanleiding kan zijn tot een andere inrichting / bouw. In het kader van wateroverlast wordt onderscheid gemaakt tussen berging om de piek bij hevige regenval te verwerken (piekberging) en de berging om regenwater zoveel mogelijk vast te houden, zodat dit water gebruikt kan worden voor het koelen van de stad, bijv. met meer groen (bergingsspons).

Onderdeel van Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen bij nieuwbouw, gebiedsontwikkeling en herstructurering

Algemene ambitie Hevige neerslag leidt niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. In principe wordt hemelwater opgevangen en vastgehouden op de plaats waar het valt. Het jaarlijkse neerslagoverschot wordt geborgen in de ondergrond of hergebruikt voor andere doeleinden. Nieuwe gebouwen en bijbehorende openbare ruimte zijn bestand tegen extreme neerslag, zonder onveilige situaties en/of voorkombare schade. De waterbelasting op de openbare ruimte, met inbegrip van het watersysteem en aangrenzende gebieden blijft binnen de perken. Ontwerpprincipe/-volgorde: Maak het groen-tenzij het functioneel niet kan en richt eerst op vasthouden van regenwater – dan bergen – als laatste pas afvoeren: Groen, tenzij: Maximaliseer de inzijging/infilitratie van regenwater in de grond door minimaliseren van verharding. Realiseer groen, tenzij het ter plekke vanuit de functie niet kan. Kies waar mogelijk voor groene oppervlakten of waterdoorlatende maatregelen om regenwater vast te houden en tijdelijk te bergen. Ook geeft dit een aantrekkelijke leefomgeving en meer kansen voor biodiversiteit. Vasthouden: Houdt regenwater vast op de locatie waar het valt (dak, maaiveld) en infiltreer waar mogelijk in de bodem. Dit draagt ook bij aan meer vocht/ water in de bodem t.b.v. beperking effecten droogte en hitte. Bergen: “Parkeer” regenwater tijdelijk ergens. Dit kan een ‘droge’ voorziening zijn op een dak, op het maaiveld in de openbare ruimte (holle ruimte) of onder het maaiveld. Water kan ook tijdelijk geborgen worden door een tijdelijke peilstijging op natte bergingsvoorzieningen: zoals een vijver of een seizoenswaterberging, waar het peil kan fluctueren. Water uit de bergingen wordt waar mogelijk in tijden van droogte hergebruikt voor beregening/ irrigatie. Afvoeren: Voer het overschot aan regenwater vertraagd af als bovenstaande maatregelen niet (voldoende) mogelijk zijn. De voorkeursvolgorde voor afvoer is eerst naar de bodem, dan via een regenwatersysteem naar het oppervlaktewater (polder- en boezemwater). Uitgangspunten Waterveiligheid (Overstromingen) is een apart thema (6) in het convenant. Er zijn hiervoor geen beleidsregels opgesteld, omdat waterveiligheid de primaire taak is van het Hoogheemraadschap van Delfland. Waterveiligheid wordt in het systeem van kades opgelost. Het systeem van kades is vastgelegd in de Keur van het waterschap (onder de Omgevingswet zal dat straks worden geregeld in de Waterschapsverordening). Waterveiligheid blijft wel een aandachtspunt bij planvorming van nieuwbouw. In de huidige watertoets wordt door het Hoogheemraadschap van Delfland toegezien dat er in een gebied een robuust watersysteem met voldoende waterberging wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. Onder de omgevingswet zal er sprake zijn van een weging van waterbelangen bij het opstellen van een omgevingsplan en het vastleggen van het projectbesluit. Uitgangspunt is dat regenwater volledig (100%) binnen een ontwikkeling (perceel/gebied) wordt geborgen en in de bodem wordt geïnfiltreerd en/of wordt (her)gebruikt. Dit betekent dat gebouwen/percelen volledig (100%) van het (regenwater)riool worden afgekoppeld, behoudens in bijzondere situaties waar maatwerk nodig is. Regenwater wordt via het maaiveld geïnfiltreerd en zo nodig via het maaiveld afgevoerd naar bijvoorbeeld de watergangen. Piekberging voor hevige regenval moet worden opgelost bij een ontwikkeling. In principe moet dat op ieder perceel, maar in de praktijk is het vaak het beste de piekberging in de bijbehorende openbare ruimte op te lossen. Dit mag alleen als dit vooraf is zowel inhoudelijk als financieel afgestemd en geregeld met de gemeente en het hoogheemraadschap. In bijzondere gevallen kan nodig zijn (een deel van) de piekberging op het perceel op te lossen. Beleidsregels Extreme Neerslag Gebiedsniveau Bij een korte hevige bui van 90 mm in 1 uur treedt geen schade aan gebouwen en infrastructuur en de belangrijkste hoofdwegen (nood- en hulpdiensten) blijven begaanbaar voor noodhulp (maximaal 10 cm water). Een korte hevige bui van 70 mm < 1 uur moet binnen het plangebied tijdelijk kunnen worden opgevangen. Deze bergingscapaciteit is na minimaal 24 uur en maximaal 48 uur, zoals bepaald in de watertoets van het HHD, weer beschikbaar. De tijdelijke (piek)berging wordt in elk domein opgelost, dus zowel in de openbare ruimte als op een eigen terrein. Het is mogelijk om in overleg met gemeente en HHD deze piekberging in de openbare ruimte op te lossen. De kosten die dat met zich mee brengt maken onderdeel uit van de ontwikkeling. Op gebiedsniveau wordt zoveel mogelijk regenwater opgevangen op de plaats waar de regen valt en daar vast­gehouden, (her)gebruikt en/of geïnfiltreerd. Het betreft 90% van de jaarlijkse neerslag (900 mm). Het overschot mag via het watersysteem worden afgevoerd. Zorg voor maatregelen voor waterveilige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc. Bij water op straat < 0,2 m mag geen schade ontstaan aan gebouwen en nutsvoorzieningen. Perceelniveau Eis is dat een perceel volledig afgekoppeld wordt van het hemelwaterriool. Hemelwater wordt volledig op eigen terrein wordt verwerkt tot 70 mm in één uur (zie hierboven). Valt er meer regen dan 70 mm in één uur, dan mag dit naar het openbare gebied worden afgevoerd. Het afgekoppelde regenwater wordt op het perceel voor 90% van het jaarvolume van 900 mm (dus 800 liter/m²) geïnfiltreerd en/of hergebruikt. NB: 90% van de jaarlijkse neerslag valt in kleine buien.

Rechtspraak bij dit artikel