Geconstateerd is dat de veehouderijsectoren zeer divers zijn en elke veehouderij weer z’n specifieke bedrijfsvoering en bedrijfsconcepten kent. Voor elk specifiek bedrijf gelden ook weer specifieke eisen en wensen. Per veehouderij moet dus maatwerk kunnen worden geleverd. Daarbij doen strikte voorwaarden in termen van type veehouderijen of nadere inperking van de mogelijkheden voor bepaalde sectoren binnen 2,5 ha geen recht aan de diversiteit aan situaties. Daarom is gezocht naar met name kwalitatieve voorwaarden, die ruimte laten voor maatwerk. Dit sluit aan bij de bedoelingen van de Omgevingswet die ook het doel ‘versterking van de omgevingskwaliteit’ centraal stelt en niet harde normen (‘ja, mits’). De mits in de voorliggende beleidsregel is vooral gezocht in de verduurzaming van de veehouderijen.
Door de vele verschillende type bedrijven en dierconcepten - welke ook volop in ontwikkeling zijn - is er geen eenduidige beschrijving te maken van het begrip verduurzaming. Het is ondoenlijk om als gemeente met al deze verschillen rekening te houden en hier een algemeen kader voor te maken. Omdat dit kader er al is en jaarlijks wordt bijgewerkt, wordt voorgesteld om geen eigen toetsingskader voor duurzaamheid en dierenwelzijn te maken maar gebruik te maken van de Maatlat Duurzame Veehouderij. Bedrijven die voldoen aan de criteria van de MDV tonen betrouwbaar d.m.v. onafhankelijke certificering aan dat zij voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van overheidsregelingen.
De beleidsregel richt zich op de erfvergrotingen tot en met een erfoppervlakte van 2,5 ha binnen het in het nieuwe bestemmingsplan veehouderijen aangegeven zoekgebied uitbreiding. De beleidsregel komt zo in de plaats van flexibiliteitsbepalingen in het bestemmingsplan. Maar zoals aangegeven zijn die op grond van de stikstofproblematiek lastig in het bestemmingsplan op te nemen.
Hierbij geldt 2,5 ha als bruto maat. De ruimte voor bebouwing zal geringer zijn vanwege de inrichtingsprincipes, zoals de eis dat tussen de grens van de bedrijfskavel en de bebouwing 10 meter moet zitten (aan de niet naar de weg gekeerde grenzen) en de landschappelijke inpassing, die ook binnen de 2,5 ha moet worden gerealiseerd.
Een grotere oppervlakte dan 2,5 ha. wordt niet uitgesloten. Hiervoor blijft het Beleidskader Erfvergroting >2,5 - 3,5 ha’ (januari 2015) van toepassing, met dien verstande dat dan bij veehouderijen ook voldaan moet worden aan onderstaande voorwaarden. Met andere woorden wanneer sprake is van een aanvraag voor het vergroten van het erf voor een veehouderij waarbij de omvang van het zoekgebied (2,5 ha) wordt gepasseerd, zijn zowel de voorwaarden uit het beleidskader ‘Erfvergroting > 2,5 – 3,5 ha’ als de voorwaarden uit onderhavige beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’ van toepassing
Artikel 2.
Uitgangspunten voor de beleidsregel
Onderdeel van Beleidsregel uitbreiding bedrijfserven met veehouderij