Het verlenen of ontvangen van mantelzorg kan tot gevolg hebben dat er, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, een urgent huisvestingsprobleem ontstaat. Het college zal hierbij vrijwel altijd een maatwerkbeoordeling maken.
De in artikel 2.6.5 lid 1 aanhef en onder a tot en met h en j van de verordening genoemde algemene weigeringsgronden zijn van toepassing op deze urgentiegrond.
Voordat het college van burgemeester en wethouders beslist over een aanvraag voor urgentie van ontvangers of verleners van mantelzorg wordt advies ingewonnen bij “Mantelzorg en Meer” (voorheen bekend onder de naam “Steunpunt Mantelzorg”). “Mantelzorg en Meer” zal dit advies opstellen aan de hand van één of meerdere gesprekken met de aanvrager(s) van de urgentie.
“Mantelzorg en Meer” weegt in ieder geval onderstaande punten mee bij het opstellen van haar advies:
De aard van de relatie tussen mantelzorger en zorgvrager;
De gezinssamenstelling van mantelzorger en zorgvrager, waaronder de betrokkenheid van eventuele kinderen;
De mate waarin de aanvrager zelf al heeft geprobeerd een oplossing te vinden zoals woningruil of het kopen van een woning;
De diagnose die de zorgvrager heeft (aangetoond middels een diagnose verklaring);
De zorgbehoefte die de zorgvrager heeft;
De hoeveelheid mantelzorg die door de mantelzorger wordt verstrekt;
De aanwezigheid van professionele zorg;
De woonafstand tussen mantelzorger en zorgvrager;
De mogelijkheid om gebruik te maken van een voorliggende voorziening.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.2