Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1.

Wat is het wettelijk kader?

Onderdeel van Beleidsnotitie Kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente Druten

Op basis van de wet (artikel 6.12, lid 1 Wro) zijn gemeenten verplicht om het kostenverhaal toe te passen bij bouwplannen die ingepast moeten worden middels planologische besluiten. Het is wettelijk verplicht om bij een planologisch besluit een exploitatieplan te voegen, tenzij het kostenverhaal anderszins via een overeenkomst is geregeld. Een dergelijke overeenkomst wordt ook wel anterieure overeenkomst genoemd. Afdeling 6.4 Wro, de zogenaamde Grondexploitatiewet, biedt de juridische grondslag voor kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor een bouwplan op particuliere grond mogelijk wordt gemaakt. Allereerst moet vastgesteld worden of er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling in de zin van de wet. Ruimtelijke ontwikkeling Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling in de volgende gevallen: de vaststelling van het bestemmingsplan; de vaststelling van het wijzigingsplan; de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan, als bedoeld in art.2.12 eerste lid onder a, onder 2 en 3 van de Wabo. Vervolgens moet vastgesteld worden of er sprake is van een bouwplan in de zin van de wet (artikel 6.12 lid 1 Wro jo artikel 6.2.1. Bro); men spreekt ook wel over een “aangewezen bouwplan”. Aangewezen bouwplan Er is sprake van een bouwplan in de zin van de wet in de volgende gevallen: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Indien vaststaat dat het een ruimtelijke ontwikkeling betreft van een bouwplan in de zin van de wet en het betreft een aangewezen bouwplan dan is het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid Wro, van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel