Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.6

Artikel 3.6.3

Maatschappelijke opvang

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almere 2022

1.. Een cliënt kan in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang indien: a.. de cliënt de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; én b.. feitelijk of residentieel dakloos is; én c.. de cliënt zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij, er sprake is van beperkte zelfredzaamheid op meerdere leefgebieden als gevolg van een verslavings-, psychisch of psychosociaal probleem, dan wel een combinatie van deze problemen, én d.. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen, én e.. de client niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen de zelfredzaamheid of participatie kan verbeteren. 2.. De cliënt die aanspraak maakt op maatschappelijke opvang, wordt opgevangen in de regio waar de voorwaarden voor een succesvol traject voor de cliënt optimaal zijn of waar de cliënt aantoonbare binding heeft. 3.. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatschappelijke opvang en de toegang daartoe.

Rechtspraak bij dit artikel