Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.7

Artikel 3.7.1

Aanvullende criteria vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almere 2022

1.. Een vervoersvoorziening stelt de cliënt in staat bestemmingen te bereiken in de directe woon- en leefomgeving. Het gaat om routine verplaatsingen, regelmatig terugkerende activiteiten als boodschappen doen, familie, vrienden en kennissen bezoeken en het 'buiten zijn' of activiteiten bereiken die nodig zijn om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. 2.. Uitgangspunt is dat de cliënt in een kalenderjaar 1.500 kilometer met een bandbreedte tot 2.000 kilometer in zijn directe woon- en leefomgeving kan afleggen. 3.. Bij het vaststellen of een cliënt in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening, houdt het college rekening met: a.. de beperkingen van de cliënt; b.. de mogelijkheid van de cliënt om op een verantwoorde wijze de voorziening te gebruiken; c.. de individuele vervoersbehoefte van de cliënt; d.. de mogelijkheid om op andere wijze geheel of gedeeltelijk in die vervoersbehoefte te voorzien, zoals reizen met het openbaar vervoer, lopen, fietsen, rijden op een bromfiets, (mee)rijden in een beschikbare auto. 4.. Het college weigert een vervoersvoorziening als de ondersteuningsvraag hoofdzakelijk verband houdt met: a.. werk: voor werk gerelateerde voorzieningen zijn beter passende regelingen beschikbaar. Deze regelingen worden uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of vallen onder de Participatiewet; b.. therapie, dagbehandeling, dagbesteding of bezoek aan medische behandelaars: vervoer wordt gefinancierd vanuit passender wetgeving; c.. onderwijs: er zijn beter passende voorzieningen, zoals het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving, en voorzieningen die via het UWV worden verstrekt, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Participatiewet.

Rechtspraak bij dit artikel