Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

Streefbeeld hoogstedelijk

Onderdeel van Natuurvisie Haarlemmermeer 2040

Binnen een intensief bebouwd woon- en/of werkgebied is in 2040 voldoende groen aanwezig voor ecosysteemdiensten als verkoeling en beschaduwing, windwering en tijdelijke rustplekken voor mens en dier. De meeste gebouwen zijn natuurinclusief ingericht. Groene wanden, dakterrassen en daken ontharden het hoog stedelijk gebied en zorgen voor natuurlijke isolatie. Zonnepanelen op daken leveren lokaal een bijdrage aan de energiebehoefte, groene daken leveren hierbij een bijdrage aan het rendement door de verkoelende werking en grotere reflectie van zonlicht. Er zijn een aantal kleine plekken met groene vakken, maar dan wel hoogwaardig in beleving, met veel bloeiende planten en in een overbrugbaar netwerk voor de fauna die er gebruik van maakt. Enkele van deze plekke zijn kleine stadsbosjes of een variant daarvan, zoals voedselbosjes. Ook in de stedelijke omgeving zijn er kansen voor wilde bijen en zweefvliegen, die op hun beurt bijdragen aan bestuiving26Baldock et al (2015). Figuur 5.1. Waar mogelijk zijn harde oppervlakken getransformeerd tot beplante oppervlaktes. (Bron: beeldbank Haarlemmermeer). Voor iedere inwoner en werknemer is er in de directe omgeving (< 250 meter) een park van minimaal 1,5 ha, met mogelijkheden voor biodiversiteit, waarbij sterk wordt gezoneerd: intensieve plekken vooral op gebruik door mensen gericht, extensieve vooral voor dieren. Er zijn daarin donkere gedeeltes voor dieren die licht mijden, zoals marterachtigen, vleermuizen en uilen. Cultuurhistorie en natuur versterken elkaar door de gebouwen en bouwwerken in een juiste historische setting met groen te omzomen. Aan inwoners wordt als vorm van bewonersparticipatie de ruimte geboden om ook in de openbare ruimte bloeiende planten neer te zetten, mits zij deze ook onderhouden. Bedrijven, inwoners en organisaties zijn overtuigd van het belang van natuur en biodiversiteit, en ondersteunen deze door inrichting en beheer van hun eigen grondgebied: tuinen en bedrijventerreinen. Tijdelijk lege plekken zijn ingezaaid met wilde bloemen en er staat een insectenhotel. Het watersysteem is schoon en biedt ruimte aan gebiedseigen flora en fauna. Het water staat op een hoger natuurlijk peil. Waar mogelijk zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd en waar de ruimte daarvoor te krap was, zijn kades aangelegd met muurplanten. Wateroverlast is beperkt door robuuste opvangsystemen in de woonwijken (wadi’s en lokale opvang regenwater). Daar leveren ook particuliere tuinen een bijdrage aan. Het Verbeterd Droogmakerij Systeem is ook in de bebouwde kommen gerealiseerd. Figuur 5.2. Insectenhotel in een ecologische tuin (bron: beeldbank Haarlemmermeer). De natuur is ook in het stedelijk gebied niet statisch, maar dynamisch. Vooral in hoogstedelijke gebieden, onder andere onder invloed van klimaatverandering en het specifieke milieu, verschijnen regelmatig nieuwe soorten. Sommigen hiervan worden bestreden omdat ze overlast veroorzaken, andere nieuwelingen zijn van harte welkom.

Rechtspraak bij dit artikel