Er is tussen alle woongebouwen of werkplekken een groen netwerk, van grasvelden, bomenrijen en kleinere bosjes. De grasvelden zijn waar mogelijk ecologisch beheerd met daarin geïntegreerd mogelijkheden voor natuurlijk spelen. Er wordt gemikt op voldoende ruimte voor een compleet ecosysteem: bloemen, insecten, zoogdieren en vogels. In de buurt van water komen ook amfibieën voor. Dat betekent dus: bloemenweiden, insectenonderkomens, takkenrillen, struiken en bomen. Dit groene netwerk van grootschalige en kleinschalige verbindingen maakt minimaal 15% van het gehele grondgebied uit. Binnen dit netwerk is ook ruimte voor bewonersactiviteiten als volkstuinen, voedselbosjes en boomgaarden en plekken voor ontmoeting en samenspel, voor elke leeftijd en doelgroep. Het draagvlak voor natuur en biodiversiteit onder de bevolking is groot, het besef is dat natuur en biodiversiteit overal zijn en dus ook overal kunnen worden ingepast.
De oevers van de watergangen zijn aangelegd volgens de principes van natuurvriendelijke oevers, waardoor er een groot scala aan bijzondere moerasplanten staan en er veel watervogels nestelen. Zo mogelijk is het waterpeil wat hoger dan van de polderboezem, waardoor schoon regenwater langer in de stad wordt vastgehouden. Onder water groeien veel plantensoorten en komen veel vissen voor terwijl de natuur intussen zelf, zo nodig met hulp van de mens, de exoten als rivierkreeften opruimt.
Figuur 5.3 Natuurvriendelijke oevers bieden ruimte aan mens en natuur
(bron: beeldbank Haarlemmermeer).
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1
Artikel 5.1.2
Streefbeeld laagstedelijk
Onderdeel van Natuurvisie Haarlemmermeer 2040