Het agrarische landschap is een gevarieerd agrarisch (polder)landschap waarbij de diversiteit in teelten en gewassen een rijk leefgebied vormt voor agrarische akkernatuur. Akkerranden zijn bloemrijke linten die leefgebied geven aan insecten en boerenlandvogels. Ook slootranden en natuurvriendelijke oevers versterken het agrarisch gebied. Windsingels, struweelgroepen en hagen zorgen voor beschutting en variatie in het open landschap. Beplanting zorgt er tevens voor dat grote elementen, als infrastructuur, minder aanwezig zijn in het landschap. De inrichting van sloten en het watersysteem is gericht op het behoud van diversiteit in waterkwaliteit, waarbij er ook ruimte is voor overblijvende rietkragen en sloot- en perceelranden. In de noordelijk veenweidegebieden wordt gestuurd op veenbehoud, moeraszones en rijke (weidevogel) weiden.
De akkerranden en stroken sluiten aan bij de bermen en waterlopen in het agrarisch gebied. Deze worden door ons en het Hoogheemraadschap al ecologisch beheerd en versterken daarmee de functionele biodiversiteit waar de akkerranden op gericht zijn.
Figuur 5.10. Bloemrijke akkerrand (bron: beeldbank Haarlemmermeer).