Het beheer van het buitengebied in 2040 vindt plaats op een natuurinclusieve wijze. De agrariërs houden volop rekening met het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, zichtbaar in:
spuitvrijzones om afspoelen van bestrijdingsmiddelen naar het oppervlaktewater te voorkomen;
akkerranden. Ecologische winst wordt er ook behaald door het beheer van de randen van percelen, beheerpaden en (sloot) bermen ecologisch uit te voeren. Overblijvende vegetaties van één- en tweejarige kruiden zorgt voor een toename van biodiversiteit langs de randen van de percelen en stroken midden op de akkers;
winterakkers. De aanleg van winterakkers met zaadhoudende gewassen (graan, zonnebloem) zorgt voor voedsel van zaadeters (gorzen, vinken etc.). Wel moet dit altijd zo worden gedaan dat ganzen en andere grote vogels het niet waarderen;
vogelakkers met strokenteelt. De strokenteelt waarborgt voldoende voedselplanten en bescherming voor talloze (functionele) soorten, ook in het productieseizoen van landbouwgewassen;
variatie in het landschap.
Gemeentelijke bermen en waterlopen van het Hoogheemraadschap worden ecologisch beheerd en bieden de ruggengraat voor de agrarische biodiversiteit. De rietzones in het Verbeterd Droogmakerij Systeem en de heggen langs de wegen worden zodanig beheerd dat altijd dekking voorhanden is voor langslopende dieren als kleine marters, patrijzen, vossen en andere zoogdieren en vogels.