Het uitgangspunt is dat er eerst een inventariserend gesprek wordt gevoerd met de inwoner over de hulpvraag en eventuele ondersteuningsbehoefte. De plaats waar het gesprek wordt gehouden, hangt af van de mogelijkheden van de inwoner. Bij voorkeur wordt het gesprek gehouden bij de inwoner thuis of ergens anders waar deze zich op zijn gemak voelt. Het gesprek kan ook digitaal of telefonisch plaatsvinden. Tijdens het gesprek is het mogelijk dat een inwoner iemand meeneemt, zoals een familielid of een zorgverlener. De huisarts wordt, met toestemming van de inwoner, ingelicht over de betrokkenheid van het BSL bij de inwoner.
In het gesprek wordt in ieder geval besproken:
onafhankelijke cliëntondersteuning;
proces en termijnen;
eigen bijdrage;
privacy;
contact met de huisarts (gevraagd wordt welke huisarts de bewoner heeft).
Na het plannen van het huisbezoek ontvangt de inwoner een afspraakbevestiging. Hierin staat informatie over het gesprek, de voorbereiding en de mogelijkheden voor ondersteuning (zie paragraaf 2.2.3). Ook wordt in de afspraakbevestiging aangegeven dat de inwoner de mogelijkheid heeft om binnen zeven dagen na melding een persoonlijk plan te overhandigen waarin gemotiveerd is aangegeven welke resultaten de inwoner wil bereiken met zijn vraag en welke ondersteuning volgens de inwoner nodig is om die resultaten te bereiken. Voordat het onderzoek van start gaat, kan de inwoner een familiegroepsplan overhandigen: een hulpverlenings-plan of plan van aanpak dat is opgesteld door de ouders, samen met (bloed- of aan-)verwanten, andere betrokkenen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren of een onafhankelijke cliëntondersteuner. De inwoner wordt van deze mogelijkheid op de hoogte gesteld in de bevestiging van de melding.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.2
Het Gesprek: inventarisatie situatie van de inwoner
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2022