Binnen zes weken na ontvangst van de melding wordt een onderzoek uitgevoerd ter verheldering van de hulpvraag. Bij het onderzoek wordt de identiteit van de inwoner vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht. Als de inwoner een persoonlijk plan heeft overhandigd, wordt dit in het onderzoek betrokken. Als er op basis van voorafgaand dossieronderzoek en bekendheid met de (situatie van de) inwoner al voldoende inzicht is in de ondersteuningsbehoefte, dan kan in overleg met de inwoner het onderzoek worden stopgezet (dossierverkenning).
In het onderzoek, dat wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan, komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde:
de behoeften, persoonskenmerken, veiligheid, voorkeuren, ontwikkeling en gezinssituatie van de inwoner en het probleem of de ondersteuningsvraag;
het vermogen van de inwoner (of zijn ouder) om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de ondersteuningsvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;
het gewenste resultaat van de in te zetten jeugdhulp/Wmo-hulp;
de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;
de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken;
de wijze waarop de jeugdhulp wordt afgestemd met andere voorzieningen;
de mogelijkheden om te kiezen voor een maatwerkvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget.
Soms is het de vraag of er bij een aanvraag een sociaal-medische noodzaak is voor de gevraagde hulp op maat. Om dit te kunnen beoordelen kan sociaal-medisch advies worden opgevraagd. Bij het opvragen van dit advies kan de onderzoekstermijn worden verlengd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.3
Het Onderzoek: weging ondersteuningsmogelijkheden
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2022