5.5.1Burgerveen algemeen
Burgerveen lijkt door de geringere omvang het kleine broertje van Rijsenhout. Alhoewel Burgerveen graag de zelfstandige status en identiteit wil benadrukken, zijn de kansen en knelpunten soms vergelijkbaar. Ook hier sprake van zorg om de inpassing in de omringende nieuwe glastuinbouwplannen, zorg om geluidsoverlast van Schiphol en zorg om het sluipverkeer op ringdijk en de doorgaande wegen.
Burgerveen heeft zich in de participatie rond de glastuinbouwplannen geroerd en daarin is zowel een groene bufferzone aan de westzijde als aan de noordzijde afgesproken. Deze zijn opgenomen in de plannen voor de glastuinbouw. De nieuwe infrastructuur voor de glastuinbouw (zie de paragraaf over infrastructuur) moet ook positieve effecten hebben voor de verkeersdruk in Burgerveen (met name sluipverkeer).
Wat de geluidsbelasting door Schiphol betreft is het zo dat Burgerveen zich ernstig zorgen maakt over de bundeling van uitvliegroutes; wat positief uitpakt voor Rijsenhout is nadelig uitgepakt voor Burgerveen. Dit is voor de gemeente een punt van aandacht.
De kwaliteit van het wonen zit vooral in de ligging aan de ringvaart en het zicht op de prachtige rietlanden. Het wonen is ruim, met veel plek voor groen en spelen. De gemeenschapszin is groot en ondanks de geringe omvang weet het dorp veel bezoekers te trekken met bijvoorbeeld de jaarlijkse rommelmarkt in dorpshuis Marijke of de zeepkistenrace. Bewoners zijn gericht op zowel Nieuw-Vennep, Leimuiden als Rijsenhout.
De eigen voorzieningen staan onder druk, een dierenspeciaalzaak (welke het duidelijk ook van klanten van buiten Burgerveen moet hebben). Een restaurant / cafetaria, welke waarschijnlijk verdwijnt. Op deze locatie is een initiatief voor een appartementencomplex, hiervoor is al een verklaring van geen bezwaar Wet Luchtvaart afgegeven. De ruimtelijke procedure moet nog doorlopen worden. Het verdwijnen van deze horeca is wel een verlies voor de recreatieve functie die de ringdijk heeft. Bekende voorzieningen zijn de twee authentieke palingrokerijen waar mensen van heinde en verre op af komen. Ook Tropisch Rozenland trekt veel bezoek.
Markant punt is de voormalige silo die omgebouwd is tot kantoor- en woonruimte. Aan de zuidkant van Burgerveen is een silo graanopslag nog in agrarisch gebruik.
5.5.2Kenmerken deelgebied Burgerveen
Het deelgebied in Burgerveen dat in het Herstructureringsplan PrimAviera (2008) aangewezen is als ‘afwegingsgebied’ dat niet kansrijk is voor duurzame glastuinbouw bestaat uit de glasopstallen van Tropisch Rozenland. Een ondernemer die al eerder, onder meer door de beperkte omvang van de productiemogelijkheden ter plaatse, verbreding van de activiteiten heeft gezocht. De gemeente heeft deze verbreding juridisch mogelijk gemaakt.
Het deelgebied is eerder (2003) meegenomen als mogelijke woningbouwlocatie als uitzondering op het LIB. Dit na een ingekomen initiatief van de eigenaar en een ontwikkelaar/ bouwer. Het ministerie van VROM heeft deze locatie uiteindelijk negatief beoordeeld met de volgende motivatie:
“Locatie Vis: de geluidbelasting op deze locatie is relatief hoog. Daarnaast kan deze locatie ook niet als een zogenaamd “open gat” worden aangemerkt. Medewerking aan woningbouw op deze locatie wordt niet kansrijk geacht.” ( brief d.d. 28 november 2003). Vanuit ruimtelijk optiek zou woningbouw op deze locatie een geschikte invulling zijn, op deze locatie is de grootste ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen. Het is echter de vraag of - gezien de eerdere geschiedenis - er nogmaals een poging daartoe gedaan moet worden. (SGN heeft een plan geprojecteerd op de locatie van Tropisch Rozenland).
5.5.3Ontwikkelingen en initiatieven
Daarnaast heeft de dorpsraad in samenwerking met een locale architect een plan geprojecteerd op het bestaande speelveld. Los van de vraag of dit ruimtelijk wenselijk is, is (gezien de eerdere afwijzing van het voornoemde plan) het de vraag of dit kansrijk is.
5.5.4Conclusie deelgebied Burgerveen
Inpassing en behoud van de bestaande functie van Tropisch Rozenland op de huidige locatie is mogelijk. Als er groeiambities zijn kent de locatie zijn beperkingen. Het is aan de ondernemer om te bepalen of hij het bedrijf op de huidige locatie voort wil en kan zetten. In overleg met de ondernemer en dorpsraad kan bepaald worden of het eerder door het ministerie van VROM negatief beoordeelde initiatief voor woningbouw
nogmaals bij VROM aangekaart zou kunnen worden. De kansen op toestemming voor woningbouw op een andere locatie worden lager ingeschat.